Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie
Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.4.1:4.4.1 Voorwaardelijk sepot, transactie en strafbes
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.4.1
4.4.1 Voorwaardelijk sepot, transactie en strafbes
Documentgegevens:
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen de uitersten van vervolging voor het maximaal haalbare en een onvoorwaardelijk sepot zijn tal van andere afdoeningsmodaliteiten mogelijk. Deze mogelijkheden van afdoening hebben niet altijd een wettelijke basis, en één van de vragen daarbij is in hoeverre het opportuniteitsbeginsel kan dienen als legitimatie voor deze modaliteiten. Hierboven is gesteld dat geen gebruik gemaakt zou moeten worden van de redenering dat uit de meerdere bevoegdheid de mindere kan worden afgeleid. In plaats daarvan kan beter een zelfstandige wettelijke grondslag worden gecreëerd.
Het voorwaardelijk sepot is de oudste vorm van buitengerechtelijke afdoening,1 ontstaan uit de behoefte aan een beëindiging van strafzaken die het midden houdt tussen vervolging en onvoorwaardelijk sepot. Het biedt mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding die door de andere afdoeningsmodaliteiten niet in die mate kunnen worden bereikt. In zoverre is het voorwaardelijk sepot een duidelijk product van de moderne richting in het strafrecht. Het is niet nodig dat de verdachte verzoekt om een voorwaardelijk sepot, het mag ook direct door het om worden opgelegd. De voorwaarden die hierbij worden opgelegd komen grotendeels overeen met de voorwaarden die worden opgelegd bij een voorwaardelijke veroordeling. Voorwaarden moeten zien op de levenswijze en het gedrag van de verdachte en mogen niet zijn staatkundige en godsdienstige vrijheid beperken, maar de algemene voorwaarde dat de verdachte geen strafbare feiten mag begaan hoeft niet per se gesteld te worden. De voorwaarden mogen niet leiden tot een informele wijze van strafoplegging, omdat het legaliteitsbeginsel van artikel 1 Sr dat verbiedt. Ook mag door een voorwaardelijk sepot niet een wettelijke regeling voor oplegging van maatregelen worden omzeild. Het is dus onmogelijk om een taakstraf, de opneming in een inrichting, de waarborgsom en dergelijke als voorwaarden op te nemen. Er is geen mogelijkheid om de naleving van voorwaarden te verzekeren, anders dan door te dagvaarden. Bovendien staat bij niet-nakoming de weg naar de rechter alleen open met betrekking tot het feit waarvoor tot voorwaardelijk sepot was gekomen.2
De transactie is al vroeg bij wet geregeld, maar in vrij bescheiden vorm. De verdachte kon oorspronkelijk het recht tot strafvordering van het om afkopen door de maximale geldboete te voldoen die op het gepleegde feit was gesteld. Met een dergelijke submissie werd wel degelijk leedtoevoeging beoogd, maar werd ook de mogelijkheid geschapen om een openbare terechtzitting te vermijden. Bovendien bespaart deze vorm van afdoening de rechtspleging veel middelen, niet alleen omdat er kosten van terechtzittingen worden uitgespaard, maar ook omdat de financiële opbrengst van transacties de maximaal haalbare is van een gang naar de rechter. De reikwijdte van de transactie werd in belangrijke mate vergroot door de mogelijkheid voor het om om vast te stellen onder welke condities er kon worden getransigeerd. Het recht tot strafvordering van het om vervalt van rechtswege als de verdachte vrijwillig aan de gestelde voorwaarde, de betaling van een geldsom, voldoet. Snel ontstond de behoefte om meer voorwaarden te kunnen stellen, zoals schadevergoeding aan het slachtoffer. Transacties werden vooral geschikt gevonden om economische en vermogenscriminaliteit af te doen. In de WED en het commune strafrecht werden de mogelijkheden om te transigeren verruimd, zodat meer voorwaarden konden worden gesteld en bij zwaardere misdrijven, tot misdrijven waarop zes jaar gevangenisstraf is gesteld, transacties konden worden aangeboden.3
Recent is aan dit scala van buitengerechtelijke afdoeningsmodaliteiten de strafbeschikking toegevoegd, die het om de bevoegdheid geeft om zaken zelfstandig met een boete of taakstraf af te doen. Alleen wanneer de verdachte zich tegen de straf verzet wordt een rechter bij de zaak betrokken. De strafbeschikking wordt, hoewel het een vorm van buitengerechtelijke afdoening is, als een daad van vervolging aangemerkt. De officier van justitie voert bewijs aan, kwalificeert dat en komt tot een vaststelling van schuld. Tegen het uitvaardigen van een strafbeschikking is beklag mogelijk bij het Gerechtshof. Met deze afdoeningsmodaliteit wordt de driedeling tussen vervolging, buitengerechtelijke afdoening en onvoorwaardelijk sepot aanmerkelijk minder helder.