V-N 2022/45.21
Hof had afzonderlijk moeten beslissen over getuigenbewijsaanbod vanwege ‘coronazitting’
HR 14-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1449, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2022
- Magistraten
Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
21/05021
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS673446:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:133, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2023
ECLI:NL:HR:2022:1449, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑10‑2022
- Wetingang
art. 8:60 Awb
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat, nu in de uitnodiging voor de zitting niet werd gewezen op de mogelijkheid getuigen mee te brengen of op te roepen, Hof Den Haag afzonderlijk had moeten beslissen op het getuigenaanbod van X.
Samenvatting
X is een deel van het jaar grootaandeelhouder van drie bv’s. Van twee bv’s is hij ook bestuurder. X doet aangifte IB 2015 van een negatief belastbaar loon en een negatief inkomen uit eigen woning. In geschil is onder meer of de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag terecht een gebruikelijk loon in aanmerking heeft genomen.
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.