Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/7.3.4.2
7.3.4.2 Rechtspraak en literatuur
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD91311:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook komt het voor dat iedere motivering van de omvang ontbreekt of dat slechts de woorden 'ex aequo et bono' als 'motivering' worden aangedragen. Slechts een enkele maal treft men uitgebreidere motiveringen aan, vooral als het gaat om wat grotere bedragen. Het gaat daarbij steeds om onrechtmatige publicaties, vaak met een 'roddelkarakter'.
Aldus bijv. Rb. Middelburg 9 januari en 27 maart 1974, nj 1975, 57; Pres. Rb. Haarlem 1 augustus 1984, KG 1984,272; Rb. Zutphen 31 oktober 1985, NJ 1986,636; Pres. Rb. Amsterdam 23 februari 1989, KG 1989, 124; Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3, VRS 1997, 858; CRvB 21 oktober 1993, AB 1994; 220, VRS 1997,811; Hof Amsterdam 4 november 1993, NJ 1996, 7; Mediaforum 1994, B8; VRS 1997, 857; Pres. Rb. Haarlem 20 september 1994, Mediaforum 1994, B99 en Pres. Rb. Amsterdam 2 mei 1996, KG 1996, 171.
Hof 's-Gravenhage 7 mei 1986, VR 1987, 114; Rb. Den Haag 2 september 1987, VRS 1997, 838; Pres. Rb. Amsterdam 3 september 1987, Informaticrecht/AMl 1987, p. 128; Rb. Amsterdam 23 januari 1991, VRS 1997, 847; Rb. Zwolle 3 augustus 1994, VRS 1997, 843; Pres. Rb. Groningen 17 november 1994, KG 1995, 101; HR 6 januari 1995, Nj 1995, 422 m.nt. EJD; VRS 1997, 856 (Parool/Van Gasteren); Hof Amsterdam 16 mei 1995, VRS 1997, 824 en Rb. Amsterdam 10 juli 1996, VRS 1997, 849.
Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3; VRS 1997,858 en Pres. Rb. Amsterdam 28 april 1994, KG 1994, 171; Mediaforum 1994, B70.
Hof 's-Gravenhage 7 mei 1986, VR 1987,114; Pres. Rb. Arnhem 11 november 1988, KG 1989, 5; Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3; VRS 1997, 858 en Hof Amsterdam 18 juni 1992, Mediaforum 1992, B67.
Hof Amsterdam 4 november 1993, Nj 1996, 7; Mediaforum 1994, B8; VRS 1997, 857.
Rb. Haarlem 12 april 1983, Nj 1987, 339; Hof 's-Gravenhage 7 mei 1986, VR 1987, 114 en Pres. Rb. Amsterdam 18 februari 1993, Informatierecht/AMI 1993, p. 110; Mediaforum 1993, p. 46.
Pres. Rb. Haarlem 12 april 1983, Nj 1987,339; Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3; VRS 1997, 858; Hof Amsterdam 4 november 1993, Nj 1996, 7; Mediaforum 1994, B8; VRS 1997, 857 en Pres. Rb. Haarlem 20 september 1994, Mediaforum 1994, B99.
Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3; VRS 1997, 858.
Ktg. Meppel 11 april 1988, Prg. 1988, 2935; Pres. Rb. Arnhem 11 november 1988, KG 1989, 5 en Pres. Rb. Amsterdam 18 februari 1993, Informatierecht/AMI 1993, p. 110; Mediaforum 1993, p. 46.
Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991, B3; VRS 1997,858 en Hof Amsterdam 4 november 1993, Nj 1996, 7, Mediaforum 1994, B8; VRS 1997, 857, waarbij het hof in het laatste geval het belang van deze factor overigens relativeert.
Rb. Haarlem 15 maart 1988, VRS 1997, 819; Hof Amsterdam 18 juni 1992, Mediaforum 1992, B67; Pres. Rb. Haarlem 20 september 1994, Mediaforum 1994, B99 en Hof Amsterdam 2 februari 1995, N) 1996, 205; VRS 1997, 844.
Bijv. Pres. Rb. Amsterdam 28 juni 1990, KG 1990, 235 en Pres. Rb. Amsterdam 13 april 1995, Mediaforum 1995, p. 65.
Zo noemt Deurvorst 1995, i.v.m. krenkende berichtgeving de inhoud bericht 'één van belangrijkste factoren' en noemt zij voorts als relevante factoren het karakter van de publicerende instantie (serieus of niet), de aard van het medium, de mate van verspreiding, reacties van derden, de gevolgde journalistieke methode, de persoon van de gelaedeerde, de lichamelijke en geestelijke gevolgen, de verwijtbaarheid van het gedrag van de laedens, diens houding tijdens de procedure, de aanleiding en winststreven van de publicerende instantie en de vermogenspositie van partijen, maar laat zij in het midden wat bepalend dient te zijn.
Zie daarover § 2.3.5.
Steffen 1997, p. 11.
Over het algemeen wordt de hoogte van het smartengeld bij schending van eer en goede naam of privacy uiterst karig gemotiveerd.1 Hetgeen hierna volgt kan dan ook slechts een globale indruk geven van wat de rechter kennelijk zoal relevant acht. Relatief vaak worden de aard en ernst van de gedraging genoemd.2 Verschillende malen worden de gevolgen voor het slachtoffer aangeduid in termen van 'verstoringen van relaties', 'sociaal isolement', 'spanningen' of 'psychische schade'.3 Verder worden bij publicaties de aard van het medium4 en de mate van verspreiding,5 de omvang en duur van de aandacht in de pers,6 de persoon van de getroffene ('public figure' of niet)7 en het winstoogmerk van de publicerende 'instantie'8 of de gebruikte journalistieke methode9 als relevante factoren genoemd. Bij foto's wordt bovendien de herkenbaarheid van de gefotografeerde relevant geacht.10 Soms wordt acht geslagen op de wijze waarop de laedens zich tijdens het proces heeft opgesteld.11 Voorts wordt wel overwogen dat de gelaedeerde (deels) zelf verantwoordelijk moet worden geacht voor bepaalde aantastingen van zijn goede naam, of dat hij reeds een minder goede reputatie genoot.12 Ook het feit dat andere sancties werden opgelegd, zoals een rectificatie, wordt van invloed geacht op de omvang van het smartengeld.13
In de literatuur wordt op dit terrein een keur aan factoren uit de jurisprudentie geselecteerd. In Nederland worden daarbij doorgaans geen zwaartepunten aangegeven.14 In het Duitse recht wordt, ondanks het bijzondere gewicht dat op dit terrein wel aan de genoegdoeningsfunctie wordt toegekend,15 ook in deze gevallen de 'Art und Intensitat des Eingriffs' als uitgangspunt gehanteerd, waarbij de aard van de getroffen persoonlijkheidssfeer bepalend wordt geacht.16