Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.9.2.5
III.9.2.5 Socialezekerheidsrecht
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376501:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
De Participatiewet is in werking getreden op 1 januari 2015. De voorganger van deze wet is de Wet Werk en Bijstand. De bepalingen omtrent de intrekking van bijstandsuitkeringen in de Participatiewet komen nagenoeg overeen met de bepalingen zoals deze hieromtrent in de Wet Werk en Bijstand waren opgenomen, met dien verstande dat ten gevolge van de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten (Kamerstukken 33801) art. 18 Pw (afstemming) ten opzichte van art. 18 Wet werk en bijstand (idem) is uitgebreid. Dit betreft echter een parallel wetgevingstraject. Zie Klosse en Vonk 2014, p. 257. In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de bepalingen zoals deze in de Participatiewet zijn neergelegd.
Zo wordt onderscheid gemaakt tussen de IVA-uitkering en de WGA-uitkering. Kort gezegd wordt een IVA-uitkering verstrekt aan personen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. In overige gevallen van arbeidsongeschiktheid kan recht bestaan op een WGA-uitkering.
In het hoofdstuk over het socialezekerheidsrecht is gekozen voor een drietal wetten, te weten de Algemene Ouderdomswet (hierna: AOW), de Participatiewet (hierna: Pw)1 en de Werkloosheidswet (hierna: WW). Deze keuze kan als volgt worden gemotiveerd. Met deze selectie van wetten wordt een zo representatief en breed mogelijk beeld geschetst van het sociale zekerheidsrecht, nu zowel een werknemersverzekering (de WW), als een volksverzekering (de AOW) als een sociale voorziening (de Pw) aan bod komen. Daarbij komt dat ook alle bij de sociale zekerheid betrokken actoren aan de orde komen, te weten het UWV (ingeval van de WW), de SVB (ingeval van de AOW) en de gemeenten (ingeval van de Pw). Tevens bepalend voor de gemaakte keuze is het feit dat alle soorten uitkeringen in grote aantallen worden toegekend. Wat betreft de keuze voor de WW als een van de werknemersverzekeringen kan voorts worden opgemerkt dat met name bestudering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) achterwege is gelaten vanwege het technische karakter van deze wet. Zo kunnen op grond van de WIA verschillende soorten uitkeringen worden toegekend.2 In de tweede plaats speelt onder de WIA de vraag naar de mate waarin iemand arbeidsongeschikt is, hetgeen leidt tot meer medische/technische vraagstukken. Een en ander heeft ertoe geleid dat bestudering van de WIA in dit boek achterwege wordt gelaten en gekozen is voor bestudering van de WW als werknemersverzekering. Voornoemde wetten zijn vanuit intrekkingsperspectief interessant, nu ook hierin zeer uitgebreide intrekkingsregelingen zijn te vinden, waarover veel rechtspraak en literatuur bestaat. Voorts is sprake van een uitgebreide beleidsvoering.
In dit hoofdstuk is uitgegaan van de tekst van deze wetten zoals deze gold op 1 januari 2015.