De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.9.2.4:III.9.2.4 Vreemdelingen- en nationaliteitsrecht
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.9.2.4
III.9.2.4 Vreemdelingen- en nationaliteitsrecht
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382546:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer artt. 1 lid 1 onder g, 6 lid 1 aanhef en onder a t/m c en e t/m h en 8 lid 1 aanhef en onder c RWN.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk komen de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) aan bod, inclusief daarop gebaseerde regelgeving. Gekozen is voor een combinatie van deze wetten, nu zij een zekere samenhang vertonen. Wanneer een vreemdeling naar Nederland komt, zal, om rechtmatig hier te lande te mogen verblijven een verblijfstitel moeten worden verkregen. De basis voor een dergelijke titel is neergelegd in de Vreemdelingenwet 2000. Daarmee verwerft de vreemdeling echter niet de Nederlandse nationaliteit. Een verblijfstitel verschaft immers slechts het recht op verblijf. Om als vreemdeling Nederlands staatsburger te worden, dient de Nederlandse nationaliteit te worden verkregen. Een en ander geschiedt op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Wanneer een vreemdeling de Nederlandse nationaliteit wenst te verkrijgen, dan geldt veelal dat hij gedurende een zekere periode legaal, dat wil zeggen, op grond van een geldige verblijfstitel, in Nederland moet hebben verbleven.1 Daarvoor is de Vreemdelingenwet 2000 van belang.2 Beide wetten bevatten een uitgebreide intrekkingsregeling. De Vreemdelingenwet 2000 kent verschillende intrekkingsbepalingen, welke steeds gelden voor een bepaalde verblijfsvergunning. Zowel in lagere regelgeving als in de zogenaamde Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc 2000), een belangrijk beleidsdocument, is de bevoegdheid tot intrekking nader vormgegeven. Hetzelfde geldt voor de intrekkingsregeling neergelegd in de Rijkswet op het Nederlanderschap. In dat kader kan worden gewezen op de Handleiding die voor deze wet bestaat.