De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.2:6.2.2 Aard van de rechtsfiguur
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.2
6.2.2 Aard van de rechtsfiguur
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS388941:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.2.4 definieerde ik het stemrechtloze aandeel als ‘een vermogensrecht op naam, in de vorm van een aandeel uitgegeven door de BV, dat kapitaal in een BV vertegenwoordigt, waaraan de rechten volgens de wet en de statuten van de BV zijn verbonden, waaronder het recht op winst en/of reserves van die BV, doch aan welk aandeel geen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden’. Het is aldus een vermogensrecht van eigen aard, waaraan rechten – behalve het stemrecht – en verplichtingen verbonden zijn. Daarnaast bepaalt de aard van deze rechtsfiguur de in hoofdstuk 3 besproken lidmaatschapsverhouding. Een (stemrechtloze) aandeelhouder staat in een lidmaatschapsverhouding tot de vennootschap. De kenmerken ‘een vermogensrecht van eigen aard’ en ‘de lidmaatschapsverhouding’ vormen de rechtsfiguur van het stemrechtloze aandeel en geven vorm aan de interne verhoudingen.
Het stemrechtloze aandeel is, zoals gezegd, een nieuwe rechtsfiguur in de BV. De flex-BV, althans de wet, maakt het bovendien mogelijk om beperkt stemgerechtigde aandelen, winstrechtloze aandelen, beperkte winstgerechtigde en aandelen met gedifferentieerd stemrecht te creëren. Daarnaast kent het BV-recht sinds jaar en dag naast gewone aandelen ook en onder meer preferente aandelen en prioriteitsaandelen. Ik verwijs naar het in hoofdstuk 3 gegeven overzicht. Er kan in een BV (dus) sprake zijn van diverse soorten van aandelen en verschaffers van kapitaal. Bij het bepalen van de positie van de stemrechtloze aandeelhouder in de interne verhoudingen moet daarmee rekening gehouden worden. Zo stelde ik in paragraaf 4.3.8 in het kader van het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW en het stemrechtloze aandeel het begrip ‘meerderheid der aandelen’ aan de orde. Bij de beoordeling van de uitzondering op dat toestemmingsvereiste zal de gehele vennootschapsstructuur, inclusief het kapitaal, moeten worden betrokken. Bij het bepalen van de positie van de stemrechtloze aandeelhouder in de interne verhoudingen zal een analyse van de vennootschapsstructuur en het aandelenkapitaal in het concrete geval moeten worden gemaakt. Speciale aandacht vereisen de aandelen, waaraan bijzondere rechten zijn verbonden, zoals preferente en prioriteitsaandelen, maar ook de aandelen die op basis van art. 2:216 lid 6 en 7 en 2:228 lid 5 BW kunnen worden gecreëerd en de overige rechtsfiguren van kapitaal zonder stemrecht. Ook de aan de aandelen verbonden zeggenschap en in welke hand(en) die zeggenschap is, zal een punt van aandacht moeten zijn, zodat telkens de mate van zeggenschap en de mate van gerechtigdheid tot het kapitaal kan worden bepaald.
Daarbij zal rekening gehouden moeten worden met de hoofdregel van art. 2:24d lid 1 BW, inhoudende onder meer dat het stemrechtloze aandeel niet meetelt bij de vaststelling in hoeverre aandeelhouders stemmen of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt, en de uitzondering van lid 2 van dat artikel voor de daarin opgesomde gevallen. Ik verwijs naar paragraaf 4.3.2.