Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.11:7.11 (Overige) diensten in verband met juridische fusie of splitsing
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.11
7.11 (Overige) diensten in verband met juridische fusie of splitsing
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS415803:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de opmerkingen van het Hof van Justitie in het arrest X bv over het verband tussen de managementwerkzaamheden en de verkoop van een deelneming. Deze lijken van elkaar te moeten worden onderscheiden. Zie HvJ EU 30 mei 2013, nr. C-651/11, BNB 2014/113 (X bv).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat de vermogensovergang ingevolge een juridische fusie of splitsing in algemene zin in beginsel niet tot btw-heffing leidt, betekent niet dat dit geldt voor alle handelingen die zich rondom het fusie- of splitsingsproces voordoen.
Met name komt het voor dat bijvoorbeeld in de situatie waarin een groepsvennootschap van concern A verdwijnende vennootschap is bij een fusie met een groepsvennootschap van concern B, waardoor een activiteit van A wordt overgenomen door B, een vergoeding wordt betaald op groepsniveau, bijvoorbeeld door houdster B aan houdster A. Een dergelijke betaling geschiedt in voorkomend geval onder de naam goodwill, en is feitelijk een betaling voor medewerking aan het fusieproces. Die betaling staat dan los van de ruilverhouding die op het niveau van de aandeelhouder wordt betaald.
De vraag is of een dergelijke betaling binnen de reikwijdte van de geruisloze overgang kan vallen en, zo niet, of sprake is van een belastbare dienstverlening voor de btw.
In algemene zin ben ik van mening dat een dergelijke dienst niet binnen de reikwijdte van de geruisloze overgang past. De voornaamste reden hiervoor is dat het doorgaans een dienst betreft tussen twee andere belastingplichtigen dan de fuserende vennootschappen. Zoals ik in dit hoofdstuk heb onderbouwd, is de vermogensovergang onder algemene titel steeds een (rechts)handeling van de verdwijnende of splitsende rechtspersoon. De betaling op houdsterniveau dient derhalve op zijn eigen merites te worden beoordeeld. In deze omstandigheden zal de betaling doorgaans moeten worden aangemerkt als een smeermiddel voor de fusie, maar gaat het te ver deze aan te merken als een vergoeding die in een voldoende rechtstreeks verband staat met de vermogensovergang.1
Dit kan in mijn ogen alleen anders zijn indien de verdwijnende of splitsende rechtspersoon onderdeel is van een fiscale eenheid op basis van artikel 11 Btw-richtlijn. In dat geval moet immers worden erkend dat één belastingplichtige een vermogensovergang doet plaatsvinden en in dat verband een vergoeding ontvangt. Hoewel uiteraard afhankelijk van de feitelijke omstandigheden is toepassing van de geruisloze overgang in mijn ogen dan niet uitgesloten, hoewel ook in die omstandigheden de vraag kan worden opgeworpen of een rechtstreeks verband bestaat tussen de overgang en de vergoeding.