Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/10.3.3.1
10.3.3.1 Privaatrechtelijke overdracht en overgang van rechtswege
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387076:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Arnhem (vzr.) 15 juli 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AJ3488, AB 2004/32, m.nt. C.L. Knijff (Beton Industrie Arts BV/Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat).
Snijders 2005, p. 97 merkt op dat de privaatrechtelijke overdraagbaarheid van vergunningen in opmars is, voornamelijk omdat door de verhandelbaarheid ervan wordt bevorderd dat ze terecht komen bij degenen die er naar verwachting het meest zinvol gebruik van zullen maken.
ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525, r.o. 2.6.1-2.6.2, AB 2012/403, m.nt. C.L. Knijff.
In haar noot bij ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525, AB 2012/403, m.nt. C.L. Knijff.
Kortmann 2013.
Knijff 2003, p. 38 e.v.
Boeve, Groothuijse & Uylenburg 2010, p. 161.
ABRvS 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1634, AB 2013/142 (College van B&W Westvoorne/Hoger-Woude B.V.). Melding heeft als doel het openbaar bestuur in staat te stellen om een eventuele toetsing in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Bibob) uit te voeren, Kamerstukken II 2006/07, 30844, 3, p. 113 (MvT). Getracht wordt onder andere te voorkomen dat met de omgevingsvergunning strafbare feiten worden gepleegd.
Opzettelijk niet/onjuist melden is een misdrijf, niet-opzettelijk niet/onjuist melden is een overtreding.
Niet alleen voor het bepalen van wie vergunninghouder is, maar ook voor de wijze van overgang op een ander kent het bestuursrecht eigen regels. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem heeft zich uitgesproken over de eisen voor de overgang van een vergunning.1 Volgens de voorzieningenrechter valt een vergunning niet onder het bereik van art. 3:83 lid 1 BW, maar kan uit art. 3:83 lid 3 BW worden opgemaakt dat vergunningen en andere publiekrechtelijke rechten slechts dan vatbaar zijn voor een (rechtstreekse) privaatrechtelijke overdracht indien de wet dit uitdrukkelijk mogelijk maakt.2 De Afdeling heeft zich bijna negen jaar later op hetzelfde standpunt gesteld.3 Volgens Knijff legt de Afdeling art. 3:83 lid 3 BW restrictief uit: een vergunning is alleen privaatrechtelijk overdraagbaar als de desbetreffende wet dat uitdrukkelijk regelt.4 Kortmann meent daarentegen dat geen uitdrukkelijke wetsbepaling is vereist, maar dat privaatrechtelijke overdracht ook mogelijk is indien dit past in het stelsel van de wet.5 Een vergunning die overdraagbaar is, wordt geleverd overeenkomstig art. 3:95 BW door een daartoe bestemde akte. Vaak stelt de bestuurswet nog een aanvullende eis voor overdracht, zoals melding aan het betrokken bestuursorgaan. Een voorbeeld van een vergunning die kan worden overgedragen is de vergunning op grond van de Telecommunicatiewet (art. 3.8 lid 1, toestemming van de minister van Economische Zaken vereist). De per 1 januari 2006 vervallen Wet herstructurering varkenshouderij bepaalde in art. 16 dat een varkensrecht onder welke titel dan ook geheel of gedeeltelijk kon overgaan naar een ander bedrijf; van het varkensrecht kon gebruik gemaakt worden na melding van de overgang aan en registratie door het Bureau Heffingen.
Sommige vergunningen gaan van rechtswege gelden voor een ander. Een dergelijke overgang volgt uitdrukkelijk uit de wet.6 Een voorbeeld is de omgevingsvergunning die volgens het eerste lid van art. 2.25 Wabo geldt voor eenieder die het project uitvoert waarop de vergunning betrekking heeft. De omgevingsvergunning is een zaaksgebonden vergunning; zij is niet gebonden aan een bepaalde persoon (zoals degene aan wie het bestuursorgaan de vergunning oorspronkelijk heeft verleend), maar aan een bepaald project.7 Treedt een vennoot toe tot de VOF die het project uitvoert, dan wordt hij van rechtswege medevergunninghouder zonder dat een leveringshandeling is vereist. Wordt het project waarvoor de omgevingsvergunning is verleend na ontbinding van de VOF toegedeeld aan een gewezen vennoot, dan gaat de omgevingsvergunning van rechtswege voor hem alleen gelden. Minimaal een maand voorafgaand aan een overgang dient melding gemaakt te worden aan het bevoegde gezag door de aanvrager of de vergunninghouder op grond van art. 2.25 lid 2 Wabo, maar melding is niet constitutief voor de overgang.8 Wordt melding echter achterwege gelaten, dan is/zijn de meldingsplichtige(n) strafbaar op grond van art. 1a sub 2 Wet economische delicten (WED).9
Privaatrechtelijke overdracht en overgang van rechtswege zijn slechts uitzonderingen waar het de overgang van vergunningen betreft. Het bestuursrecht kent voor veel gevallen waarin een vergunning dient over te gaan op een ander een eigen mogelijkheid voor overgang in de figuur van de wijziging van de tenaamstelling.