Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.5.2
IV.17.5.2 Compensatie van vermogensschade
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376522:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Gesteld wordt dat de Vertrauensschutz in het kader van het derde lid van § 48 VwVfG wel een Vermögensschutz inhoudt. Vgl. Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 162.
Hoewel de tekst van § 48 lid 3 VwVfG enkel verwijst naar § 48 lid 2 derde volzin VwVfG, dient § 48 lid 2 VwVfG in zijn geheel te worden bezien. Zie het voorbeeld van Detterbeck 2013, p. 235, Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG, Rn. 141 en Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 48 VwVfG Rn. 193.
Gesteld wordt dat de Vertrauensschutz in het kader van het derde lid van § 48 VwVfG wel een Vermögensschutz inhoudt. Vgl. Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 162. Zie het voorbeeld van Detterbeck, vgl. Detterbeck 2013, p. 235. Zie voorts Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 143.
In tegenstelling tot het zogenaamde positive Interesse, vergelijkbaar met wat in het burgerlijk recht wordt bedoeld met positief contractsbelang. Daaronder valt bijvoorbeeld ook de eventuele winst die de begunstigde op grond van de beschikking had kunnen behalen. Vgl. onder meer Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 143.
BT-Dr. 7/910, p. 71.
Detterbeck 2013, p. 235.
Als vaststaat dat de Leistungs-beschikking op grond van § 48 lid 1 eerste volzin VwVfG kan worden ingetrokken, dient te worden nagegaan of het bestuursorgaan de door de begunstigde geleden schade op grond van het derde lid van § 48 VwVfG al dan niet moet vergoeden. Een verplichting tot schadevergoeding bestaat wanneer de begunstigde schade heeft geleden doordat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking.1 Of van gerechtvaardigd vertrouwen sprake is, wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven neergelegd in § 48 lid 2 VwVfG.2
Voor vergoeding komt die schade in aanmerking die de geadresseerde heeft geleden, doordat hij (gerechtvaardigd) op de beschikking heeft vertrouwd.3 De omvang van de schadevergoeding betreft het zogenaamde negative Interesse, vergelijkbaar met wat in het burgerlijk recht wordt aangeduid als negatief contractsbelang.4 Gedekt wordt het nadeel dat is ontstaan doordat de begunstigde zich heeft ingesteld op de onrechtmatige beschikking.5 Dat betekent dat de begunstigde op grond van § 48 lid 3 VwVfG in de positie moet worden gebracht als ware de beschikking niet gegeven. Stel bijvoorbeeld dat een vergunning om te bouwen wordt verleend, waarna de geadresseerde bouwmaterialen aanschaft. Als de vergunning wordt ingetrokken, heeft de geadresseerde aanspraak op vergoeding van de kosten van de bouwmaterialen minus de opbrengst van de teruggave van de bouwmaterialen.6
Vereist voor een aanspraak op schadevergoeding is voorts dat een aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen een jaar nadat het bestuursorgaan de begunstigde hierop heeft gewezen. Het bestuursorgaan stelt de schadevergoeding bij besluit vast.