Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.3.4.2
7.3.4.2 Ook korting van begunstigden van een zuivere premieregeling
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS596418:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 134 Pw.
Art. 105, lid 2, Pw.
De situatie ligt wat mij betreft anders, wanneer de onderdekking niet het gevolg is van een schending van de prudent person-regel. De onderdekking is dan het gevolg van een te ambitieuze toekenning van pensioenaanspraken. Men kan ook zeggen dat het fonds een te lage pensioenpremie heeft gevraagd van zijn (“overige”) begunstigden. Dit dekkingstekort staat evenwel los van zuivere premieregelingen. De dekkingsgraad van een zuivere premieregeling is uit zijn aard altijd 100%: de waarde van de pensioenverplichtingen zijn per definitie gelijk aan het beschikbare vermogen. begunstigden van een zuivere premieregeling dragen niet bij aan buffers; ze profiteren er (in het normale geval) ook niet van. Het is onevenwichtig hen te korten op hun rechten en zo mee te laten betalen wanneer de essentie van het probleem erin ligt dat de “overige” begunstigden te weinig hebben ingelegd.
Kamerstukken II, 1949-1950, 1730, nr. 3, p. 7 en Kamerstukken II, 1950-1951, 1730, nr. 5, p. 19. Het betreft hier de kortingsmogelijkheid opgenomen in art. 7 PSW, de voorloper van de huidige kortingsmogelijkheid in de Pensioenwet. Het faillissementsachtige karakter van de situatie waarin wordt gekort, noemt de wetgever uitdrukkelijker in Kamerstukken II, 2010-2011, 32043, nr. 10, p. 17 en (vooral) 19.
Bijv. Maatman & Steneker 2015a, p. 183; Maatman & Steneker 2009, p. 486; Crauwels 2011, 88.
Zuiderman & Boer-Koeberg 2012, p. 21 die eveneens de relatie leggen met de kortingsmaatregel bij pensioenfondsen.
Tekortkomingen van het fonds in de naleving van de prudent person-regel raken de aanspraken van begunstigden van zuivere premieregelingen direct. Zij hebben daarom aanspraak op een “compensatie” die ten laste komt van de algemene buffers van het fonds die zijn opgebouwd door de (bijdragen van de) overige begunstigden van het pensioenfonds. De zaken veranderen wanneer de schending van de prudent person-regel tevens tot onderdekking van het fonds heeft geleid.
In een situatie van onderdekking kan het pensioenfonds de pensioenaanspraken van zijn begunstigden korten.1 De wet maakt voor deze bevoegdheid geen onderscheid tussen begunstigden van zuivere premieregelingen of andere pensioenregelingen. Het pensioenfonds dat in onderdekking verkeert, kan dus ook de begunstigden van een zuivere premieregeling korten. Het kan dat doen door de begunstigden van een zuivere premieregeling niet de (volledige) schadevergoeding toe te kennen die zij zouden hebben wanneer het fonds financieel gezond was. Het pensioenfondsbestuur moet echter de belangen van allen die bij het pensioenfonds betrokken zijn, op evenwichtige wijze afwegen.2
Is er sprake van een redelijke belangenafweging als ook de begunstigden van een zuivere premieregeling worden gekort bij onderdekking van het fonds? Buiten de situatie van onderdekking worden hun aanspraken immers niet geraakt door de schadelijke gevolgen van een schending van de prudent person-regel. Ik meen van wel. Daar staat tegenover dat de pensioenaanspraken van de “overige” begunstigden buiten een situatie van onderdekking evenmin worden geraakt door schending van de prudent person-regel. Bovendien behoren óók de begunstigden van zuivere premieregelingen tot de solidariteitskring van het fonds. De begunstigden van de andere pensioenregelingen die het fonds uitvoert, hebben de korting net zo min verdient als de begunstigden van een zuivere premieregeling. Ik meen daarom dat bij een evenwichtige belangenafweging in een situatie van onderdekking hoort dat ook de begunstigden van een zuivere premieregeling worden gekort.3
Daarvoor spreekt ook dat korting van aanspraken de pensioenrechtelijke variant is van een faillissement. Korting is aan de orde wanneer het fonds niet meer aan (al) zijn toekomstige verplichtingen kan voldoen en sanering aan de orde is.4 Men zegt wel dat een pensioenfonds niet kan failleren (of niet goed denkbaar is dat dat kan), omdát het pensioenaanspraken kan korten.5 Een pensioenverzekeraar zou in die situatie failleren.6 Zouden de begunstigden van zuivere premieregelingen niet delen in een korting in het geval van onderdekking van het pensioenfonds, dan zouden zij een bevoorrechte, zelfs separatistenpositie genieten. In een “echte” faillissementssituatie zou dat een doorbreking van de paritas creditorum inhouden. Het is al heel wat dat de begunstigden van zuivere premieregelingen die schade lijden als gevolg van een schending van de prudent person-regel, buiten situaties van onderdekking kunnen profiteren van de buffers die door de overige begunstigden van het fonds zijn opgebouwd. Ik zie geen reden om begunstigden van zuivere premieregelingen daarenboven in een faillissementachtige situatie een bevoorrechte positie te gunnen ten opzichte van de andere begunstigden van een fonds.
In feite hebben begunstigden van een zuivere premieregeling een toekenning van pensioenaanspraken onder de (impliciete) voorwaarde dat het fonds niet hoeft te korten. Datzelfde geldt overigens voor de overige begunstigden. De consequentie is enerzijds dat het pensioenfonds dat als gevolg van schending van de prudent person-regel zijn begunstigden van een zuivere premieregeling kort, ook jegens hen onrechtmatig handelt. De andere consequentie is dat ook de begunstigden van een zuivere premieregeling een vordering tot schadevergoeding hebben jegens het pensioenfonds ter grootte van het bedrag van hun korting.