Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.2.1
II.7.2.1 Algemene omschrijving van factoring
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495367:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
C.G. Moore, ‘Factoring – A Unique and Important Form of Financing and Service’, The Business Lawyer 1959, p. 703-727; J. Beuving, Factoring, Amsterdam: NIBE-SVV 2001, p. 5; M.H.R. Bakker, L. Klapper & G.F. Udell, Financing Small and Medium-size Enterprises with Factoring: Global Growth in Factoring – and Its Potential in Eastern Europe, Warschau: The World Bank 2004; Nota van het Voorzitterschap van de Raad van 16 september 2010, nr. 13578/10 (comments on the treatment of factoring), p. 5 e.v.
J. Beuving, Factoring, Amsterdam: NIBE-SVV 2001, p. 6-7; L. Klapper, ‘The role of factoring for financing small and medium enterprises’, Journal of Banking and Finance 2006, p. 3111-3130, onderdeel 3.
F.R. Salinger, Factoring; Law and Practice, Londen (GB): Sweet & Maxwell 1991, nrs. 1-02 t/m 1-04; J. Beuving, Factoring, Amsterdam: NIBE-SVV 2001, p. 6.
F.R. Salinger, Factoring; Law and Practice, Londen (GB): Sweet & Maxwell 1991, nr. 1-04; J. Beuving, Factoring, Amsterdam: NIBE-SVV 2001, p. 8-9; Brief van de EU Federation for the Factoring and Commercial Finance Industry van 9 november 2010, te vinden via www.euf.eu.com/news/newsflash/euf-vat-fisc93/menu-id-4.html(geraadpleegd op 9 december 2013).
J. Beuving, Factoring, Amsterdam: NIBE-SVV 2001, p. 13, 36-37 en 39-41.
Brief van de EU Federation for the Factoring and Commercial Finance Industry van 9 november 2010, te vinden via www.euf.eu.com/news/newsflash/euf-vat-fisc93/menu-id-4.html (geraadpleegd op 9 december 2013).
Zie nader L. Klapper, ‘The role of factoring for financing small and medium enterprises’, Journal of Banking and Finance 2006, p. 3111-3130, onderdeel 4.
Factoring is globaal bezien een overeenkomst waarbij de ene partij, de factor, de debiteurenpositie koopt van de andere partij, de verkoper. Het doel van factoring is vaak in de eerste plaats het verschaffen van financiering (liquide middelen) aan de verkoper van de vorderingen. Het uitbesteden van de inning en administratie van de vorderingen en het afdekken van het risico op wanbetaling kunnen andere motieven zijn.1 De ratio achter factoring als financieringsproduct is, onder meer, dat het risico van de financiering voor de factor voornamelijk afhangt van de kredietwaardigheid van de afnemers van zijn klant. Door de diversiteit aan afnemers is het risico gespreid en daardoor geringer.2 Een onderneming die niet aan de kredietwaardigheidseisen voor een lening voldoet, kan daarom in factoring mogelijk een alternatieve bron van financiering vinden.
Hoewel factoring reeds lang bestaat, heeft het geen vastomlijnde betekenis. Zo zou factoring in de Verenigde Staten steeds een combinatie moeten zijn van (i) financiering, (ii) administratie en inning en (iii) overname van het debiteurenrisico. Elders volstaat de aanwezigheid van één of twee van deze elementen.3 Meer overeenstemming bestaat op het punt dat factoring betrekking heeft op vorderingen op zakelijke afnemers.4 Desondanks komen ook op dit punt variaties voor. Een voorbeeld is het onder de noemer van factoring overnemen van vorderingen van tandartsen en andere zorgverleners op particulieren in Nederland. Verder komt in Nederland factoring voor in de vorm van kredietverlening met een pandrecht op vorderingen, al dan niet in combinatie met een afdekking van het debiteurenrisico.5 De factor is als pandhouder vervolgens op grond van artikel 3:246, lid 1, BW gerechtigd de aan hem verpande vorderingen te innen. Het economische resultaat verschilt niet met een overdracht van vorderingen.
De wijze van afrekenen bij factoring is veelal dat de klant een bepaald percentage van de koopprijs van de vorderingen direct of bijna direct van de factor ontvangt onder aftrek van een factorsvergoeding en eventuele andere vergoedingen. Het restant ontvangt de klant bij inning of eventueel bij het optreden van oninbaarheid. De factorsvergoeding kan zijn uitgesplitst in, onder meer, een bedrag voor administratie en inning en een bedrag voor het oninbaarheidsrisico (delcrederevergoeding), maar dat hoeft niet.6 Daarnaast kan de klant rente verschuldigd zijn over het bedrag van de openstaande vorderingen op debiteuren.
Het initiatief voor factoring kan ook uitgaan van afnemers van goederen en diensten. Via reverse factoring bieden veelal grote bedrijven met een goede kredietwaardigheid hun leveranciers de mogelijkheid eerder betaald te krijgen dan de gebruikelijke betalingstermijn die het bedrijf hanteert.7 Zij verkopen dan hun vorderingen aan de factor die het nominale bedrag daarvan onder aftrek van een vergoeding uitbetaalt.