De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.1:6.1 Inleiding
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS385284:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de rechten van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht centraal. Hun (rechts)positie wordt niet alleen vormgegeven door het in hoofdstuk 5 besproken spanningsveld van de interne verhoudingen, maar ook – en vooral – door de hen toekomende rechten. Daarbij gaat het om rechten die hen zijn toegekend door de wet, de statuten van de BV en interne regelgeving, zoals reglementen en aandeelhoudersovereenkomsten. Aan de orde komen daarom telkens de aard van de rechtsfiguur en de rechten en verplichtingen die op grond van de wet en de statuten aan die rechtsfiguur zonder stemrecht verbonden (kunnen) zijn. Waar nodig ga ik vervolgens in op bijzondere, specifieke thema’s die bij de desbetreffende kapitaalverschaffer zonder stemrecht een rol spelen. Ik begin met de stemrechtloze aandeelhouder (paragraaf 6.2). Vervolgens komt de houder van een certificaat met en zonder vergaderrecht aan de orde (paragraaf 6.3). Daarna bespreek ik de aandeelhouder wiens stemrecht is overgedragen aan de vruchtgebruiker of de pandhouder (paragraaf 6.4). Als laatste sta ik stil bij de houder van een participatiebewijs (paragraaf 6.5). In paragraaf 6.6 komt de aansprakelijkheid van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht ex art. 2:216 lid 3 BW aan de orde. In paragraaf 6.7 ga ik in op het afzien van de uitoefening van het vergaderrecht. Ik sluit af met een samenvatting en conclusie (paragraaf 6.8).