Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/16
16 Een aantal niet behandelde onderwerpen
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 26-05-2025
- Datum
26-05-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12883:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn nr. 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PbEG 2002, L 168/43). Zie over financiëlezekerheidsovereenkomsten bijvoorbeeld Keijser 2006.
Zie Kamerstukken I, 2003/04, 28 874, nr. C (Memorie van Antwoord), p. 2, Kamerstukken I, 2004/05, 28 874, nr. E (Nadere Memorie van Toelichting), p. 6-7 en Kamerstukken II, 2004/05, 30 138, nr. 3 (Memorie van Toelichting), p. 8. Zie ook Verstijlen 2006b, nr. 65. Uit de tekst van de wet blijkt dit overigens niet, aldus ook Verstijlen 2005, p. 70.
Art. 7:51 aanhef en sub d-e BW.
Buiten beschouwing blijft de bijzondere regeling voor het pandrecht dat aan certificaathouders van rechtswege toekomt op grond van de bijzondere regeling in art. 3:259 BW.
Hoewel het voor de hand lijkt te liggen om in een boek over pandrecht op vorderingen uitgebreid aandacht te besteden aan de onlangs ingevoerde Titel 2 van Boek 7 BW, strekkende tot uitvoering van de Europese Richtlijn betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten,1 wordt daar in dit boek slechts incidenteel aandacht aan besteed. Eén reden hiervoor is dat de regeling van financiëlezekerheidsovereenkomsten uitsluitend betrekking heeft op openbare pandrechten,2 terwijl dit boek de regeling van het stil pandrecht als onderwerp heeft. Een andere reden hiervoor is dat de regeling van financiëlezekerheidsovereenkomsten uitsluitend betrekking heeft op pandrechten op ‘giraal geld of effecten’,3 maar dit boek de algemene regeling van het stil pandrecht op vorderingen op naam als onderwerp heeft. Aan de regeling van financiëlezekerheidsovereenkomsten wordt wel aandacht besteed bij de behandeling van enkele specifieke onderzoeksvragen, zoals bij de vergelijking van het stil pandrecht met de overdracht tot zekerheid in hoofdstuk 4.