Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.5.2
3.5.2 Het belang van de begunstigden
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601003:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Overweging 7, Pensioenrichtlijn.
Art. 18, lid 1, sub a, Pensioenrichtlijn. Deze bepaling voegt eraan toe dat het pensioenfonds ervoor dient te zorgen dat ook in eventuele gevallen van tegenstrijdige belangen, een belegging uitsluitend in het belang van de begunstigden geschiedt, Ook Overweging 31 Pensioenrichtlijn legt een duidelijke band met het belang van de begunstigden: “De door [pensioenfondsen] aangehouden activa mogen in de regel niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan ter verstrekking van pensioenuitkeringen. Bovendien moeten de [pensioenfondsen], om de rechten van deelnemers en pensioengerechtigden afdoende te beschermen, kunnen kiezen voor een allocatie van activa die nauwkeurig strookt met de aard en de looptijd van hun verplichtingen. (…) Toepassing van de “prudent person”-regel vereist derhalve een beleggingsbeleid dat is toegespitst op de deelnemersstructuur van [het pensioenfonds]”.
Kuiper & Lutjens 2011b, p. 166.
Kamerstukken II, 2013-2014, 33972, nr. 3, p. 38.
Maatman 2004a, p. 236-240. Maatman gaat zelfs zo ver te stellen dat de prudent person-regel is gebaseerd op het Anglo-Amerikaanse trustrecht en meer specifiek de Anglo-Amerikaanse “prudent investor rule”. In 2003 schreef hij nochtans dat de richtlijn niet uitsluit dat de prudent person-regel wordt geïnterpreteerd conform de “prudent investor rule” (Maatman 2003, p. 645). Voor de stelling dat de prudent person-regel op het Anglo-Amerikaanse trustrecht is gebaseerd, heb ik in de totstandkomingsgeschiedenis van de Pensioenrichtlijn geen feitelijke onderbouwing gevonden. Dat neemt niet weg dat Maatman heeft aangetoond dat er belangrijke overeenkomsten zijn, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en eisen ten aanzien van de zorgvuldigheid van het beleggingsbeleid. Er lijkt daarom ook niets op tegen om bij de invulling van de prudent person-regel aansluiting te zoeken bij de Anglo-Amerikaanse “prudent investor rule”.
Davis 2002, p. 165.
Geheel vrij zijn pensioenfondsen echter niet. De vrijheid is beperkt, om “de toekomstige gepensioneerden door middel van strenge toezichtsnormen een hoge mate van zekerheid te bieden”.1 De beleggingsvrijheid van pensioenfondsen wordt in zoverre beperkt dat zij een beleggingsbeleid dienen te voeren waardoor de activa van het fonds worden belegd in het belang van de begunstigden.2 Dit vestigt op het pensioenfonds een zorgplicht jegens de begunstigden. “Pensioenfondsen dienen het pensioenvermogen te beheren met de zorg, voorzichtigheid, deskundigheid en vaardigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend pensioenfonds verlangd mag worden”.3 Het fonds dient zich te gedragen als “een goed huisvader”.4 Maatman sluit voor de duiding van deze zorgplicht nadrukkelijk aan bij het Anglo-Amerikaanse trustrecht.5 Het pensioenfonds kent volgens hem een fiduciaire verhouding jegens de begunstigden die vergelijkbaar is met de fiduciaire verhouding van een trust jegens een beneficiary.
De keuze voor de prudent person-regel doet recht aan beide doelstellingen. Enerzijds laat ze aan pensioenfondsen zelf de vrijheid om beleggingsbeslissingen te nemen. De werking van de interne markt wordt zodoende niet gehinderd. Anderzijds legt ze aan pensioenfondsen een verplichting op om prudent te beleggen “as somenone would do in the conduct of his or her own affairs”.6