De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.3.3:3.4.3.3 Aansprakelijkheid bij de kapitaalvennootschap: algemeen
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.3.3
3.4.3.3 Aansprakelijkheid bij de kapitaalvennootschap: algemeen
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385539:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een bespreking van contractuele exoneratie paragraaf 3.5.1.
HR 6 april 1979, ECLI:NL:HR:1979:AH8595, NJ 1980/34 (Kleuterschool Babbel).
Kroeze e.a. 2013, p. 152.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de vennootschap op grond van de in de vorige paragraaf besproken regels rechtsgeldig is vertegenwoordigd, raakt de vennootschap gebonden aan een verbintenis. Dit geldt zowel voor verbintenissen in het algemeen als voor de overeenkomst van opdracht in het bijzonder. Voor beroepsbeoefenaren betekent dit dat zij voor ‘algemene’ overeenkomsten (overeenkomsten die niet in het kader van de beroepsuitoefening zijn aangegaan) niet aansprakelijk zijn met hun privévermogen. Ook de aansprakelijkheid van beroepsbeoefenaren voor de overeenkomst van opdracht op grond van artikel 7:407 lid 2 BW speelt geen rol bij de BV en de NV, omdat de vennootschap deze opdracht aanneemt en hieraan verbonden raakt. Voor de overeenkomst van opdracht verleend met het oog op een persoon (artikel 7:404 BW) geldt echter hetzelfde als hiervoor bij de maatschap is besproken. De beroepsbeoefenaar is hiervoor naast de opdrachtnemer (in dit geval de kapitaalvennootschap) persoonlijk aansprakelijk. Ook bij het gebruik van een kapitaalvennootschap geldt dat deze aansprakelijkheid (in beginsel) bij overeenkomst kan worden uitgesloten.1
Zoals gezegd, ziet vertegenwoordiging op rechtshandelingen. Een onrechtmatige daad is geen rechtshandeling maar een feitelijke handeling en het is de vraag of een rechtspersoon (die immers zelf strikt genomen niet kan handelen en dus geen schuld kan treffen) hiervoor aansprakelijk kan zijn. In zijn arrest van 6 april 1979 heeft de Hoge Raad deze vraag bevestigend beantwoord door een onrechtmatige daad aan een rechtspersoon toe te rekenen.2 De Hoge Raad besliste toen dat gedragingen van iemand die in de sfeer van een rechtspersoon handelt, een onrechtmatige daad kunnen opleveren wanneer zij in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de rechtspersoon hebben te gelden. Voor de beoordeling van dit criterium dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, aldus de Hoge Raad. Praktisch gezien betekent dit criterium dat onrechtmatige gedragingen aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend als het gaat om gedragingen van functionarissen die binnen de organisatie van de rechtspersoon over een zekere mate van zelfstandige beslissingsbevoegdheid beschikken en in de sfeer van de rechtspersoon handelen.3 In het geval van (samenwerkende) beroepsbeoefenaren zal hiervan in de meeste gevallen sprake zijn; hun beroepsuitoefening vormt immers de kern van de onderneming. Dit betekent, zoals gezegd, echter niet dat beroepsbeoefenaren bij gebruik van de kapitaalvennootschappen helemaal veilig zijn voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Zij kunnen hiervoor namelijk, zowel in de hoedanigheid van bestuurder of aandeelhouder van de vennootschap, als in de hoedanigheid van beroepsbeoefenaar (al dan niet) naast de vennootschap aansprakelijk zijn. Hierop zal nader worden ingegaan in paragraaf 3.4.3.4 en 3.4.3.5.