Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.1:5.4.1 Inleiding
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.1
5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412093:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu de eerste noodzakelijke, conceptuele horde is genomen, keer ik terug bij de kernvraag van dit hoofdstuk. Met de objectbenadering als perspectief moet die vraag in wezen worden geformuleerd als: aan welke vereisten moet de overdracht van een bundeling activa en passiva voldoen om te kunnen worden aangemerkt als de overgang van een algemeenheid van goederen? Zoals reeds aan de orde kwam is door het Hof van Justitie in het arrest Zita Modes een definitie gegeven van het Unierechtelijke begrip overgang van een algemeenheid van goederen. Naar positief recht liggen in die definitie de vereisten besloten.
De Unierechtelijke uitleg van het begrip overgang van een algemeenheid van goederen bestaat uit een aantal elementen.
Deze elementen zal ik in het navolgende afzonderlijk bespreken. Deze zijn immers bepalend voor het toepassingsbereik van de faciliteit. Ik onderscheid de volgende elementen.
De overgang of overdracht (paragraaf 5.4.2).
Handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel (paragraaf 5.4.3).
Lichamelijke en eventueel onlichamelijke zaken (paragraaf 5.4.4).
Autonome economische activiteit (paragraaf 5.4.5).
Exploitatiebedoeling bij verkrijger en niet onmiddellijk vereffenen (paragraaf 5.4.6).
Aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad bespreek ik hoe deze elementen naar huidig recht worden ingevuld en wat deze invulling betekent voor het toepassingsbereik van de geruisloze overgang bij activa-passiva-transacties. Hierbij behandel ik ook relevante Hoge Raad jurisprudentie van vóór het arrest Zita Modes. Hiermee breng ik in kaart in hoeverre deze jurisprudentie zeggingskracht behoudt in het licht van de Unierechtelijke uitleg. In ieder geval geldt vanuit Nederlands perspectief dat waar nadere invulling door het Hof van Justitie ontbreekt, de rechtspraak van de Hoge Raad als leidraad dient.