Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.2.2
7.2.2 Soorten pensioenregelingen
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601026:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Jacobs 2007, p. 105.
Als in de toekomst de levensverwachting van de bevolking stijgt, zullen de verzekeraars ongunstigere tarieven rekenen. De gezamenlijke inleg van de begunstigden neemt immers niet toe, terwijl door de gestegen levensverwachting de toekomstige uitkeringen wel toenemen. Andersom worden de tarieven van een aan te kopen pensioenuitkeringen weer gunstiger als de stijging van de levensverwachting achter blijft bij eerdere verwachtingen.
Bijv. Kamerstukken I, 2005-2006, 30413, nr. C, p. 10-11. Zie ook Heemskerk, De Jong & Maatman 2013, p. 20-21.
Voor de positie van de begunstigde tegenover zijn pensioenfonds is de aard van de pensioenregeling van groot belang. In het dagelijkse spraakgebruik onderscheidt men gewoonlijk “defined benefit”-regelingen (dbregelingen) en “defined contribution”-regelingen (dc-regelingen). Waar het de dc-regelingen betreft, is dit onderscheid voor mijn onderzoek niet precies genoeg. Ik laat deze terminologie daarom voor wat zij is. Het onderscheid in de Pensioenwet is preciezer. De Pensioenwet onderscheidt pensioenregelingen in kapitaalovereenkomsten, uitkeringsovereenkomsten en premieovereenkomsten.1
Bij een kapitaalovereenkomst staat het door de pensioenuitvoerder uit te keren eindkapitaal vast. Dat eindkapitaal, een “lump sum”, wordt op de pensioendatum tegen de dan geldende tarieven omgezet in een periodieke uitkering. Daarmee ligt het beleggingsrisico tijdens de opbouwfase bij de pensioenuitvoerder en het langlevenrisico bij de begunstigde. De pensioenuitvoerder loopt immers het risico dat het rendement uit beleggingen onvoldoende is om het eindkapitaal te behalen. De begunstigde loopt op zijn beurt het risico dat tegen de tijd van zijn pensionering de gemiddelde levensverwachting is gestegen. Een hogere levensverwachting vertaalt zich in ongunstigere tarieven voor de aankoop van een periodieke uitkering. De periodieke uitkering zal dan van geringere omvang zijn dan vooraf voorzien. Kapitaalovereenkomsten komen in Nederland niet veel voor.2
Bij een uitkeringsovereenkomst staat de hoogte van de periodieke uitkering aan de begunstigde vast. Men spreekt tegenwoordig wel van “defined benefit”-regelingen (db-regelingen). Het gaat hier om eind- en middelloonregelingen. Bij uitkeringsovereenkomsten rusten zowel het beleggingsrisico als het langlevenrisico op de pensioenuitvoerder.
Bij een premieovereenkomst staat de periodiek te betalen pensioenpremie vast. Dit wordt ook wel een beschikbare-premieregeling genoemd. Tegenwoordig wordt veelal de term “defined contribution”-regeling (dc-regelingen) gebruikt. Er worden drie soorten premieovereenkomsten onderscheiden.
Bij de zuivere premieovereenkomst worden de betaalde premies belegd en herbelegd tot aan de pensioendatum. De hoogte van het eindkapitaal staat daardoor niet vast. Met dat eindkapitaal moet de begunstigde in zijn ouderdomspensioen voorzien. Dat kan bijvoorbeeld door een lijfrente aan te kopen. Zowel het beleggingsrisico als het langlevenrisico liggen bij de begunstigde.
Bij een premieregeling met omzetting premie in aanspraak op kapitaal wordt met de ingelegde premie direct een kapitaalverzekering ingekocht. Op de pensioendatum wordt het opgebouwde verzekerde kapitaal omgezet in een periodieke uitkering. De begunstigde loopt wel een langlevenrisico, maar geen beleggingsrisico. Het beleggingsrisico ligt bij de penioenuitvoerder.
Bij de premieregeling met omzetting premie in aanspraak op uitkering, ten slotte, wordt met de premie direct een periodieke uitkering ingekocht. Zowel het langlevenrisico als het beleggingsrisico liggen bij de pensioenuitvoerder. Toch heeft de begunstigde nog steeds geen zekerheid over zijn uiteindelijke pensioenuitkering. Het is immers niet bekend wat de waarde is van de pensioenuitkeringen die in de toekomst, tot aan zijn pensioendatum, van die premies kunnen worden ingekocht.3
In de praktijk bestaan er tussenvarianten, zoals streefregelingen en “collective defined contribution”-regelingen (en die zelf ook in vele vormen voorkomen). Ik laat dat verder rusten. Ik merk enkel op dat het voor de kwalificatie van de specifieke regeling als kapitaal-, uitkerings- of premieovereenkomst steeds aankomt op de feitelijke vormgeving van de regeling.4