Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.9.1
8.9.1 Volledige ontbinding als hoofdregel
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS388280:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Het artikel luidt: ‘De vennootschap eindigt:
- 1°
door verloop van de tijd waarvoor zij is aangegaan;
- 2°
door het tenietgaan van de zaak, of door het voltrekken van de handeling;
- 3°
door de dood van een van de vennoten;
- 4°
door de onbekwaamverklaring of het kennelijk onvermogen van een van hen;
- 5°
door de verklaring van een of meer vennoten, dat zij niet langer tot de vennootschap willen behoren.’
Dekkers & Verbeke 2007, p. 17.
Geens & Wyckaert 2011/111; Geinger & Heijerick 2012, p. 252.
Bael 2006, p. 827-828.
Bael 2006, p. 721-722.
Bael 2006, p. 827-828.
Du Mongh 1999, p. 732.
Du Mongh 1999, p. 730.
Geens & Wyckaert 2011/480.
In beginsel staat of valt de Belgische VOF met haar oorspronkelijke vennoten: volgens art. 39 W.Venn. eindigt de vennootschap onder andere door het uittreden van een vennoot.1 Ook de Belgische VOF is dus een duidelijk voorbeeld van een intuitu personae-contract.2 De VOF wordt ontbonden en de rechtspersoon blijft voortbestaan tot aan de afsluiting van de vereffening (art. 183 en 195 W.Venn.). De stukken die van de ontbonden VOF uitgaan, vermelden dat zij in vereffening is (art. 183 § 1 W.Venn.). Zodra de vereffening is geëindigd blijft een zogenoemde ‘passieve rechtspersoon’ bestaan tot aan het verstrijken van de verjaringstermijn van vijf jaar (art. 198 W.Venn.); in die tijd kunnen schuldeisers hun rechten ten opzichte van de vereffenaars in die hoedanigheid laten gelden.3
Art. 42 W.Venn. regelt als uitzondering op de hoofdregel van volledige ontbinding twee typen voortzettingsbedingen voor het geval een vennoot overlijdt: 1) het verblijvensbeding, op grond waarvan de VOF wordt voortgezet tussen de overblijvende vennoten, en 2) het voortzettingsbeding, op grond waarvan de VOF wordt voortgezet tussen de overblijvende vennoten en de erfgenamen van de overledene. Is een verblijvensbeding (1) opgenomen in de vennootschapsovereenkomst, dan verblijft het aandeel van de overledene aan de overlevende vennoten en komt het niet in zijn nalatenschap4 ; het verblijvensbeding wordt wel gezien als een uitzondering op het verbod van bedingen betreffende toekomstige nalatenschappen.5 In de nalatenschap valt slechts het recht op de waarde van het aandeel.6 Het verblijvensbeding wordt vaak gecombineerd met een beding van aanwas of een tontinebeding. Is een voortzettingsbeding (2) opgenomen in de vennootschapsovereenkomst, dan gaat het aandeel van de overleden vennoot over op al zijn erfgenamen die de erfenis aanvaarden.7 Zij volgen de overleden vennoot dan dus van rechtswege op als vennoot.8
De vennootschapsovereenkomst kan ook een voortzettingsbeding voor andere gevallen dan overlijden bevatten; treedt dan een ontbindingsgrond in, dan blijft de VOF voortbestaan tussen de overblijvende vennoten. Is geen voortzettingsbeding opgenomen, dan wordt de VOF onherroepelijk ontbonden. Wordt de onderneming daarna toch voortgezet, dan heeft dat te gelden als de oprichting van een nieuwe vennootschap (zonder rechtspersoonlijkheid zolang aan de eisen van VOF niet is voldaan).9