Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.4:8.5.2.3.4 De inhoud
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.4
8.5.2.3.4 De inhoud
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450529:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 2.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 6.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 3.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 3-4.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 4.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 3-4.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 4.
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 5.
Kamerstukken II 2011/12, 21501-07, 942, p. 3.
Kamerstukken II 2011/12, 21501-07, 942, p. 3.
Artikel 19 jo. artikel 5, zesde lid, sub i, ESM-verdrag.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het uitgangspunt van het informatieprotocol is dat de regering maatregelen zo veel mogelijk voorafgaand en in het openbaar met de Tweede Kamer bespreekt.1 Tegelijkertijd stelt het protocol dat in sommige gevallen het vertrouwelijk informeren van de Kamer noodzakelijk kan zijn.2 Het protocol loopt vervolgens de verschillende fasen van steunverlening door. Zodra een van de ESM-leden om steun verzoekt, zal de Kamer daar direct via een zogenoemde kennisgevingsbrief van op de hoogte worden gesteld.3 Verder zullen alle documenten op basis waarvan de raad van gouverneurs besluit over steunverlening ook naar de Kamer worden gestuurd, uiterlijk drie werkdagen voorafgaand aan de vergadering van de raad van gouverneurs.4 Omdat het daarbij vaak gaat om omvangrijke en veelal technische documenten, belooft de regering in het protocol tevens om die te voorzien van een korte samenvatting. Bovendien kan de Kamer het kabinet verzoeken om een technische briefing.5 De regering maakt binnen zeven kalenderdagen na verzending van de documenten haar positie over de steunaanvraag kenbaar. Vervolgens gaat het protocol in op het interessantste punt: wat is nu precies de positie van de Kamer bij het besluit over een steunverzoek? Het protocol vermeldt hierover:
‘Voorafgaand aan het moment van besluitvorming door de raad van gouverneurs is het wenselijk dat het kabinet en de Kamer van gedachten wisselen over het Nederlandse standpunt, mede gelet op de omvang van de steunbedragen waarbij het hier doorgaans om gaat.’6
Indien de relevante documenten niet op tijd naar de Kamer gestuurd kunnen worden en er geen overleg heeft plaatsgevonden, dan zal het kabinet tijdens de vergadering van de raad van gouverneurs een parlementair voorbehoud maken. Dit houdt de verplichting in om geen onomkeerbare besluiten te nemen voordat hierover overleg heeft plaatsgevonden met de Kamer, aldus het protocol. Een overleg kan dan op verzoek van de Kamer alsnog plaatsvinden.
Het protocol gaat ook in op de mogelijkheid van de spoedstemprocedure. Het stelt hierover:
‘Mocht gebruik van de spoedstemprocedure aan de orde zijn, dan zal de minister van Financiën direct de Tweede Kamer inlichten over de redenen die de Europese Commissie en de ECB hiervoor aanvoeren. Zo mogelijk zal voorafgaand aan het voorziene besluitvormingsmoment met de Tweede Kamer overleg plaatsvinden maar als dat niet mogelijk blijkt, zal de minister van Financiën een standpunt innemen en hierover achteraf aan de Kamer schriftelijk verantwoording afleggen. In gevallen waarin de spoedstemprocedure zou worden toegepast, ligt het gebruik van een parlementair voorbehoud niet in de rede. Juist in die situatie is het naar de mening van zowel de Europese Commissie als de ECB vereist onverwijld een besluit te nemen om de economische en financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen.’7
Is eenmaal steun verleend, dan controleert de Europese Commissie samen met de ECB en het IMF in hoeverre de daaraan gekoppelde voorwaarden worden nageleefd. De voortgangsrapportages worden naar de Kamer gestuurd, waarover overleg met het kabinet kan plaatsvinden.8
Het informatieprotocol gaat daarmee vooral in op de verschillende fasen van het verlenen van steun. De vraag naar de betrokkenheid en positie van het parlement bij het ESM kan echter nog op minstens twee andere manieren een rol spelen.
Ten eerste regelt de meest actuele versie van het protocol niets over de positie van het parlement bij het opvragen van niet-gestort kapitaal. De Tweede Kamer nam zoals hierboven besproken een motie aan waarin de regering werd verzocht om een opvraging van niet-gestort kapitaal aan de Kamer voor te leggen. Een eerdere brief over het protocol stelde hieromtrent dat ‘opvragingen van (niet-gestort) kapitaal […] geautoriseerd [dienen] te worden door beide Kamers’.9 Tegelijkertijd was daarin ook te lezen dat ‘indien er onvoldoende tijd is om een kapitaalopvraging middels een (incidentele) suppletoire begroting te verwerken, […] begrotingsautorisatie zo spoedig mogelijk achteraf [zal] plaatsvinden’.10 Hoewel de brief wat dit betreft dus op twee gedachten hinkt, kan een instemmingsrecht voor het parlement hieruit niet worden afgeleid nu de regering kennelijk kan instemmen met het opvragen van niet-gestort kapitaal zonder dat het parlement daar vooraf mee heeft ingestemd. Ook het feit dat het huidige protocol hierover zwijgt en de aangenomen motie slechts spreekt over ‘voorleggen’, dragen bij aan die conclusie.
Ten tweede bevat het informatieprotocol geen regeling voor de rol van het parlement bij het wijzigen van ESM-instrumenten. De raad van gouverneurs van het ESM kan in onderlinge overeenstemming besluiten om wijzigingen aan te brengen in de verschillende vormen van steun die door het ESM verstrekt kunnen worden.11 Aangezien het informatieprotocol hierover niets regelt, en dit punt overigens ook nauwelijks in de verdere parlementaire behandeling van het ESM ter sprake is gekomen, is er voor het parlement kennelijk geen rol weggelegd bij het wijzigen van ESM-instrumenten.