Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.1.3:II.6.5.1.3 Andere vergoedingen dan rente
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.1.3
II.6.5.1.3 Andere vergoedingen dan rente
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497789:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bv. Hof Arnhem 11 november 2002, V-N 2003/16.25. Zie, in vergelijkbare zin, over een ondernemingspensioenfonds dat kosten voor een collectieve waardeoverdracht heeft doorbelast aan haar sponsor, welke doorbelasting niet als extra premiestorting zijn aangemerkt: Hof Arnhem-Leeuwarden 28 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5738.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de noemer ‘rente’ in rekening gebrachte bedragen behoren dus niet per definitie tot de vergoeding voor de verlening van krediet. Aan de andere kant kunnen onder een andere benaming dan rente in rekening gebrachte bedragen daar onder omstandigheden weer wel toe behoren. De vergoeding voor krediet hoeft namelijk niet noodzakelijk de vorm van rente te hebben (zie ook par. 6.2.7). Allereerst valt hierbij te denken aan bedragen die naast rente verschuldigd zijn bij menig kredietfaciliteit, zoals afsluitkosten en bereidstellingsprovisies. Daarnaast komt geregeld voor dat een kredietnemer kosten, die de kredietverschaffer heeft gemaakt om het krediet te verstrekken, moet vergoeden. Dit kan gaan om kosten voor juridische ondersteuning, voor kredietwaardigheidsonderzoek en voor de waardering van een eventueel onderpand. De doorbelasting van dergelijke kosten behoort naar mijn mening in de regel tot de vergoeding voor krediet. De kredietnemer ontvangt immers geen juridische ondersteuning of waarderingsdienst, maar slechts een krediet en hij moet de kosten van de kredietverschaffer vergoeden op grond van de kredietovereenkomst. Van een in- en doorverkoop van diensten is daarom geen sprake. Bedacht moet echter worden dat de oorzaak van de doorbelasting van dergelijke kosten niet altijd even duidelijk is, in het bijzonder niet in gelieerde verhoudingen. Degene die de doorbelasting tot de vergoeding voor het vrijgestelde verlenen van krediet wil rekenen, kan dan in bewijsnood komen. Dit is ook terug te zien in de jurisprudentie.1
De vergoeding voor krediet moet naar mijn mening ook de vorm kunnen hebben van disconto. Het gaat dan, bijvoorbeeld, om een lening met een terugbetalingsverplichting van € 100, maar waarbij slechts € 90 wordt uitgekeerd. De € 10 verschil tussen het uitgekeerde en terug te betalen bedrag kan dan worden gezien als rente die als disconto is genoten. Disconto is overigens een fenomeen dat vooral bij de uitgifte van obligaties, cheques en wissels lijkt voor te komen (zie ook par. 5.8).