Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.1:2.1 Inleiding
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596130:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
28. Om te kunnen bepalen welke kennis in welke situatie aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, is inzicht noodzakelijk in de juridische begrippen kennis en toerekening van kennis. Dat inzicht tracht ik te creëren in dit hoofdstuk en het hoofdstuk erna. Ik geef eerst een overzicht van een aantal normen in het burgerlijk recht die kennis als vereiste stellen voor het intreden van een bepaald rechtsgevolg (par. 2.2). Ook behandel ik kort welke rol het kennisvereiste speelt in het burgerlijk recht (par. 2.3). Van belang voor de toerekening van kennis is verder dat kennis iets anders is dan een gedraging. Hetgeen geschreven is over de toerekening van gedragingen – en dat is veel – kan niet één-op-één worden toegepast op kennis. Dat komt aan de orde in par. 2.4. Er moet bovendien rekening mee worden gehouden dat niet elk type kennis op dezelfde wijze wordt toegerekend. Dit vloeit naar mijn idee mede voort uit de ratio van de keuze voor een bepaald type kennis in een rechtsnorm. Ik analyseer in dit hoofdstuk eerst welke typen (of preciezer: gradaties) van kennis het door mij bestudeerde deel van het privaatrecht kent (par. 2.5). Daarna onderzoek ik wat het type kennis dat door een norm wordt vereist, zegt over strekking van die norm (par. 2.6). Dit onderzoek ligt aan de basis van mijn betoog in de hoofdstukken 7 en 9 dat de strekking van de norm van grote invloed is op het gemak waarmee de binnen een rechtspersoon aanwezige kennis aan de rechtspersoon mag worden toegerekend en mag worden gekwalificeerd als de kennis die door de norm wordt vereist. In par. 2.7 besteed ik tot slot aandacht aan de wijze waarop kennis bewezen kan worden. Par. 2.8 bevat de conclusie.