Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.1
6.1 Inleiding
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601017:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 2.3.
Art. 12, sub c, Bupw, art. 27, lid 1, Bpr en art. 37 Bgfo.
Deze verplichting is niet voor alle financiële sectoren opgenomen. Toch zullen uitbesteders in deze sectoren hier ook niet aan ontkomen. Naar mijn mening vormt het nalaten zulke bedingen op te nemen een belemmering van het toezicht.
Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 128 (Pensioenwet); Kamerstukken II, 2004-2005, 29708, nr. 10, p. 245-246 (deel 3, Wft); Kamerstukken II, 2005-2006, 29708 nr. 19, p. 506 (deel 4, Wft).
Zie par. 1.7.
Pensioenfondsen en financiële ondernemingen staan onder toezicht van DNB en de AFM. Het was de vrees van regelgevers en toezichthouders dat dat toezicht door uitbesteding van werkzaamheden zou worden ondermijnd.1 Daarom is een verbod op uitbesteden opgenomen wanneer dat een belemmering vormt voor het toezicht.2 Ook moeten uitbestedende ondernemingen bedingen opnemen die de toezichthouder bevoegdheden geeft jegens de dienstverlener.3 Voor de handhaving is het van belang dat de uitbesteder jegens de toezichthouder verantwoordelijk is indien de dienstverlener voorschriften omtrent de uitvoering van de uitbestede werkzaamheden overtreedt.4
De positie van de toezichthouder bij uitbesteding moet op twee punten worden beoordeeld. Het eerste punt is of de toezichthouder over toereikende bevoegdheden beschikt om toezicht te houden op de uitbestedingsregels en de naleving ervan af te dwingen. Het tweede punt is of de toezichtsbevoegdheden van de toezichthouder ook toereikend zijn om adequaat toezicht te houden op de uitbestede werkzaamheden en de naleving af te dwingen van de dáárop toepasselijke normen.
Daartoe onderzoek ik in dit hoofdstuk eerst de voor de toezichthouder geldende toezichtkaders. Daarna onderzoek ik welke bevoegdheden de toezichthouder jegens wie kan inzetten. Vervolgens bepaal ik of de bevoegdheden van de toezichthouder inderdaad toereikend zijn voor zijn toezichtstaken ten aanzien van uitbesteding.
Ik breng in herinnering dat ik met de term “toezichthouder” doel op DNB of de AFM en met de term “toezichtsmedewerker” de natuurlijke personen die bij hen in dienst zijn en met het toezicht belast. Deze terminologie wijkt af van die in de Awb.5