Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.2:8.5.2.3.2 De juridische status
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.2
8.5.2.3.2 De juridische status
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451690:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het informatieprotocol is uiteengezet in een brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer.1 Zoals hierboven beschreven, is over deze brief gesproken tijdens een algemeen overleg van de vaste commissies voor Financiën en voor Economische Zaken.2 Ondanks een eerdere toespeling daarop, heeft het protocol geen basis gekregen in de Comptabiliteitswet, ook niet bij de recente vervanging van de Cw 2001 door de Cw 2016. Daarover is tijdens de parlementaire behandeling van de Cw 2016 ook geen woord gewisseld. De precieze juridische status van het informatieprotocol staat daarmee niet vast. Overigens was dit tijdens het algemeen overleg waar het protocol voorlag voor de acht daarbij aanwezige Kamerleden geen punt van discussie.
Het protocol is een beleidsstuk en daarmee mijns inziens juridisch niet bindend. Op ieder gewenst moment kan de regering (of het parlement) van het protocol afwijken. Ook zijn toekomstige ministers van Financiën en regeringen niet gebonden aan het protocol. Het protocol heeft daarmee een zwakke juridische status.
Mocht de regering zich echter zonder toestemming van de Kamer niet aan het protocol houden, dan zal zij daarover verantwoording moeten afleggen. Met de vertrouwensregel op de achtergrond zal de regering een dergelijke situatie mijns inziens zo veel mogelijk proberen te voorkomen. De regering committeerde zich dan ook aan de daarin beschreven werkwijze. De regering zal zich daarom naar verwachting in beginsel aan het protocol houden. Zo stelde De Jager al bij het algemeen overleg van juli 2012 dat ‘per onmiddellijk’ naar de geest ervan gehandeld zal worden.3 Dit is ook gebeurd bij het derde steunpakket aan Griekenland in 2015, zoals hierna zal blijken. Overigens is de naleving van de regeling nauwelijks afdwingbaar. Zelfs met een motie van wantrouwen kan de Kamer immers niet bereiken dat de afspraken daadwerkelijk worden nagekomen.