Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.1:3.1 Inleiding
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 17-11-2015
- Datum
17-11-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595238:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanuit toezichtrechtelijk oogpunt is uitbesteding een beheersingsvraagstuk. Sommige van de risico’s die met uitbesteding samenhangen zijn algemeen, zoals het risico dat de dienstverlener zijn bedrijf staakt of dat de kwaliteit van de dienstverlening tegenvalt. Andere risico’s zijn meer specifiek voor de activiteiten die worden uitbesteed. Zo bestaat bij uitbesteding van de pensioenadministratie een risico dat de pensioenadministrateur gegevens omtrent de rechtenopbouw van begunstigden onjuist verwerkt. Een verzekeraar die een gevolmachtigd agent inschakelt loopt het risico dat zijn agent hem aan verzekeringsovereenkomsten bindt, die hij niet of niet onder die voorwaarden wenst. Bij een automatiseringsproject bestaat het risico dat de software programmeerfouten bevat of dat na verloop van jaren blijkt dat de documentatie ontbreekt terwijl inmiddels een aanpassing van de software nodig is. Het is onmogelijk om voor alle uitbestedingen in de financiële sector zulke activiteitsspecifieke risico’s aan uitbesteding te behandelen. Daarom gebruik ik in dit onderzoek één doorlopend voorbeeld: uitbesteding van het vermogensbeheer door pensioenfondsen.
Op een dergelijke uitbesteding zijn twee verzamelingen regels van toepassing: ten eerste regels die zien op de inhoud en uitvoering van de vermogensbeheertaak en ten tweede regels die sec zien op de uitbesteding (van enige taak). Voor een pragmatische behandeling kies ik ervoor om deze twee verzamelingen regels apart te behandelen. In dit hoofdstuk concentreer ik mij op de regels ten aanzien van het vermogensbeheer door pensioenfondsen. In hoofdstuk 5 ga ik in op de regels inzake de uitbesteding van het vermogensbeheer.
Pensioenfondsen beheren het pensioenvermogen door dit te (laten) beleggen. Het rendement uit beleggingen is nodig om enerzijds te kunnen voorzien in een acceptabel toekomstig inkomensniveau van de begunstigden en anderzijds om de pensioenpremies betaalbaar te houden.1 Beleggen kent echter ook risico’s. De regels inzake het vermogensbeheer door pensioenfondsen zijn dan ook gericht op het beheersen van de risico’s die met beleggen gepaard gaan. Deze regels sluiten aan bij beleggingstheoretische inzichten. Het is daarom nuttig om eerst een inleiding op de beleggingstheorie te geven. Vanwege het introductie-karakter, beperk ik mij hierbij tot de – veruit – belangrijkste theorie die bekend staat als de “Market Portfolio Theory”.2 Vervolgens ga ik in op de eisen die aan het beleggingsproces zijn gesteld.
Het is niet mijn bedoeling om de beleggingswetenschap of de voorschriften aan het door (of namens) pensioenfondsen gevoerde vermogensbeheer in detail te bespreken. Ik beoog slechts een schets van de hoofdlijnen te geven opdat een lezer die niet met vermogensbeheer of de pensioenrechtelijke voorschriften bekend is, toch het doorlopende voorbeeld kan volgen van een pensioenfonds dat zijn vermogensbeheer uitbesteedt.