Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.5:2.5 Conclusie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.5
2.5 Conclusie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419381:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de inleiding van dit hoofdstuk heb ik vastgesteld dat een onderzoek naar het toepassingsbereik van een specifieke rechtsnorm in de btw een aantal moeilijke preliminaire vragen met zich meebrengt. In het voorgaande heb ik daarom een anatomisch onderzoek gedaan naar rechtsontwikkeling in het algemeen en rechtsontwikkeling in de Europese btw in het bijzonder. Het doel van deze exercitie was het krijgen van meer inzicht in de machinerie van het btw-recht, en het beantwoorden van de vraag in hoeverre het toepassingsbereik van een bepaling in kaart kan worden gebracht en aan de hand van welke criteria over dit toepassingsbereik kan worden geoordeeld.
In algemene zin kan in dit verband worden vastgesteld dat de kenbaarheid en voorzienbaarheid van het recht (de toets van materiële rechtszekerheid) de buitengrens vormt van acceptabel positief (btw-)recht. Dat vormt derhalve de buitenste schil van mijn toetsingskader. Zoals opgemerkt komt deze buitenschil in mijn onderzoek slechts expliciet aan de orde indien getwijfeld kan worden aan de kenbaarheid en voorspelbaarheid van het btw-recht bij een specifiek onderwerp. Voor het overige wordt de toets impliciet aangelegd.
Ik heb daarnaast vastgesteld dat interpretatie van het recht een verantwoordelijke taak is, waarin de juistheid van een interpretatie kan worden gevonden door deze te toetsen aan de waarden en doeleinden die aan een regeling en het systeem als geheel ten grondslag liggen. Deze toets heb ik geconcretiseerd en genormeerd door in te gaan op de wezenlijke kenmerken van het btw-recht. Deze wezenlijke kenmerken zijn (1) het beginsel van algemene heffing; (2) het fiscale neutraliteitsbeginsel; en (3) het rechtskarakter van de btw. Deze wezenlijke kenmerken dienen als het tweede, meer normatieve deel, van mijn toetsingskader.