Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.5.5.2
7.5.5.2 Uitleg
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366339:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Die strekking volgt uit Kamerstukken II, 2001/02, 28 179, nr. 3, p. 18.
Idem HR 13 juli 2007, NJ 2007/434 m.nt. Maeijer; JOR 2007/178 m.nt. Nieuwe Weme en Ondernemingsrecht 2007/127 met commentaar Van Ginneken (ABN Amro), r.o. 4.7.
Met het oog op de rechtszekerheid is gekozen voor de opzet van een open norm in combinatie met een zogeheten enuntiatieve opsomming, zie nader Klaassen 2007, p. 176 e.v.
Kamerstukken II, 2003/04, B, 28 179, B, p. 10.
Kamerstukken II, 2001/02, 28 179, nr. 3, p. 19. Er is nog gediscussieerd over de vraag of deze gedachte niet ook als wettelijk criterium zou moeten worden gebruikt, maar daaraan heeft men niet gewild, zie hierover uitgebreid Klaassen 2007, p. 178-179 en p. 210 e.v.
HR 13 juli 2007, NJ 2007/434 m.nt. Maeijer; JOR 2007/178 m.nt. Nieuwe Weme en Ondernemingsrecht 2007/127 met commentaar Van Ginneken (ABN Amro), r.o. 4.7.
Voor de uitleg van het element “identiteit of karakter” moet worden aangesloten bij de regeling van art. 2:107a BW (§ 7.4.3.5 sub IV), welke ertoe strekt belangrijke bestuursbesluiten aan de goedkeuring van de algemene vergadering te onderwerpen.1 Onder die bepaling moet worden gekeken of er een verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming plaatsvindt. Wat dat precies inhoudt, is bewust opengelaten2 ; een te nauwe omschrijving of een opsomming zou ertoe leiden dat bepaalde besluiten ten onrechte niet aan goedkeuring zouden hoeven worden onderworpen.3 Toch is een nadere duiding van dat “identiteit of karakter” niet onmogelijk. Uit de toelichting volgt dat met name is gedacht aan “belangrijke structuurwijzigingen”.4 Verder kan uit de parlementaire geschiedenis worden afgeleid dat het moet gaan om besluiten die zo ingrijpend zijn dat zij de aard van het aandeelhouderschap veranderen in dier voege dat de aandeelhouder daardoor als het ware kapitaal gaat verschaffen aan – en een belang gaat houden in – een wezenlijk andere onderneming.5 De Hoge Raad onderstreepte dit later in zijn ABN Amro-beschikking.6
De in art. 2:107a BW opgenomen beperking dat het moet gaan een belangrijke verandering is niet goed bruikbaar in het kader van de biedplicht. In de eerste plaats is onder art. 2:107a BW onduidelijk welke uitleg moet worden gegegen aan dat element. Voor het materiële controlecriterium uit de biedplicht heeft dit dus geen toegevoegde waarde. In de tweede plaats is ook niet duidelijk wat dit element zou toevoegen naast de andere elementen in de definitie (identiteit of karakter en strategie); hieruit blijkt mijns inziens al dat het moet gaan om belangrijke besluiten.