Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.9.4.4:III.9.4.4 Ondernemerschap bedrijfsmatige overnemers van schuldvorderingen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.9.4.4
III.9.4.4 Ondernemerschap bedrijfsmatige overnemers van schuldvorderingen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495305:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 8.2.1 is ook als knelpunt benoemd dat het opbrengstcriterium ertoe leidt dat bepaalde bedrijfsmatig handelende overnemers van schuldvorderingen niet steeds ondernemer zijn. Het voorbeeld is aangehaald van een incassobureau dat vorderingen op dubieuze debiteuren overneemt. De crux is dat in veel gevallen een subjectief bepaalbare vergoeding ontbreekt. Die zit verstopt in de waarde die partijen aan de schuldvorderingen toekennen. Een gerichte en wetstechnisch niet al te ingrijpende oplossing voor dit knelpunt ligt nog niet zo eenvoudig. Een mogelijkheid is specifiek bij overnames van schuldvorderingen een naar objectieve maatstaven bepaalde maatstaf van heffing voor te schrijven. Dat leidt echter tot rechtsonzekerheid. De vraag rijst immers wat de overnemer in rekening zou hebben gebracht in de economisch meest vergelijkbare situatie die juridisch gezien niet tot overname van de schuldvordering leidt. Deze oplossing verdient dan ook niet de voorkeur.
Een oplossing die naar mijn verwachting beter scoort op de onderdelen rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en eenvoud, is de overdracht en overname van schuldvorderingen als een bijzondere vorm van een overdracht van een algemeenheid van diensten aanmerken. Dat betekent toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 (artikel 29 Btw-richtlijn). De overnemer van de schuldvorderingen treedt dan voor de heffing van omzetbelasting in de plaats van de overdrager. De overnemer heeft daardoor, bijvoorbeeld, in dezelfde mate als de overdrager recht op aftrek van voorbelasting. Voor de praktijk kan ook handig zijn dat de overnemer in de plaats van de overdrager teruggaaf van belasting kan verzoeken bij oninbaarheid van overgenomen schuldvorderingen die uit belaste prestaties zijn ontstaan (cf. artikel 29, lid 1, Wet OB 1968 en artikel 90 Btw-richtlijn). Een punt van aandacht is wel dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie wellicht kan worden afgeleid dat kosten voor het administreren en incasseren van schuldvorderingen onder omstandigheden algemene kosten zijn. Dergelijke kosten kunnen immers opkomen nadat een prestatie is verricht waaruit de schuldvordering is ontstaan (zie par. 7.5.4).