Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.9.4.7:III.9.4.7 Bepaalde financiële transacties van het begrip dienst uitzonderen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.9.4.7
III.9.4.7 Bepaalde financiële transacties van het begrip dienst uitzonderen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500212:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 5 mei 1994, zaak C-38/93, FED 1994/547 (concl. A-G Jacobs; Glawe; m.aant. D.B. Bijl); HvJ 14 juli 1998, zaak C-172/96, V-N 1998/57.18 (First National Bank of Chicago).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het als vrijgestelde dienst behandelen van verlening van krediet en overdrachten van effecten of schuldvorderingen leidt naar het huidige recht in beginsel tot een beperking van het recht op aftrek van voorbelasting. Dit is niet steeds in overeenstemming met de strekking van de belasting (zie par. 8.2.3 en 8.3.2). Ook is het in zekere zin vreemd bij deze transacties dienstverlening aan te nemen, omdat zij als zodanig geen voorstuwing van goederen of diensten in een productie- en distributieketen impliceren (zie par. 2.4.6 en 2.4.7). Dit kan worden weggenomen door uitzonderingen op het begrip dienst opnemen, waardoor bij kredietverlening en de bedoelde overdrachten niet langer sprake is van een dienst. De vraag is alleen of, bijvoorbeeld, banken en effectenhandelaren nog wel voor al hun werkzaamheden ondernemer zijn als het verlenen van krediet en overdragen van effecten geen dienst is. Staan al hun werkzaamheden dan nog wel in het teken van een streven naar opbrengst uit prestaties onder bezwarende titel? Dit valt te betwijfelen. Eén en ander kan worden ondervangen door te regelen dat bij dergelijke partijen de gerealiseerde marge de vergoeding voor hun dienstverlening is, zoals dat ook bij bepaalde gokdiensten en deviezentransacties het geval is.1 Dit kan een mooie oplossing zijn, maar is vrij ingrijpend en valt daarmee buiten het bestek van dit onderzoek.
Een alternatief is uitzonderingen op het begrip dienst zodanig af te bakenen, dat voormelde vraagstukken niet opkomen. Een dergelijke afbakening kan zijn dat overdrachten van geld, schuldvorderingen en cheques in geen enkel geval een dienst zijn en overdrachten van effecten alleen als zij door een effectenhandelaar worden gedaan. Met deze twee uitzonderingen worden reeds belangrijke in dit onderzoek geconstateerde knelpunten weggenomen. Daarom is het opnemen van een dergelijke uitzondering in de wetgeving naar mijn mening aanbevelenswaardig.