Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/260
260 Andere grondslagen voor het recht van de pandhouder op informatie
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 21-11-2025
- Datum
21-11-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD34555:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zo begrijp ik Rb. Dordrecht 6 februari 2002, JOR 2002/36 m.nt. NEDF onder JOR 2002/38 (ABN AMRO/Hamm q.q.). Vgl. ook Molkenboer en Verdaas 2002, p. 207-208.
Waarover Van Daal 2003, p. 84-89 en Van Hees 2004, p. 293-294. Zie voor rechtspraak over de reikwijdte van art. 3:15j BW: Hof Amsterdam 15 januari 2004, JOR 2004/62 m.nt. R.J. Abendroth (Funds/curatoren Jomed) en, in cassatie van dat arrest, HR 21 januari 2005, JOR 2005/105 m.nt. R.J. Abendroth, NJ 2005, 250 m.nt. PvS (Funds/curatoren Jomed).
Vgl. HR 21 januari 2005, JOR 2005/105 m.nt. R.J. Abendroth, NJ 2005, 250 m.nt. PvS (Funds/curatoren Jomed).
Gelet op de conclusie dat de pandhouder van rechtswege een tegen de curator geldend te maken recht heeft op informatie over de verpande vordering, wordt nog slechts beperkt aandacht besteed aan de mogelijke andere grondslagen voor een recht op informatie over (stil) verpande vorderingen van de pandhouder jegens de curator. Te denken valt aan een tussen de pandhouder en de pandgever overeengekomen recht op informatie, dat de pandhouder mogelijk ook tegen de curator geldend kan maken op de in art. 25 Fw aangegeven wijze.1
Daarnaast kan worden gewezen op art. 3:15j, aanhef en sub d BW, dat schuldeisers in een faillissement, voor zover zij daarbij voldoende belang hebben, recht geeft op openlegging van de tot de administratie van de gefailleerde behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers.2 De schuldeiser-pandhouder die door ‘openlegging’ van de administratie van de gefailleerde de informatie wil bekomen die hij nodig heeft om zijn pandrecht uit te oefenen heeft bij die openlegging mijns inziens voldoende belang. Dat art. 3:15j BW een schuldeiser geen bevoegdheid geeft om van de curator te verlangen dat hij inlichtingen verstrekt omtrent het door hem gevoerde beheer over en de vereffening van de boedel, door inzage te verlenen in de door hem terzake van de boedel gevoerde administratie,3 staat aan dat recht van de pandhouder op informatie uit de administratie van de gefailleerde niet in de weg.4
Verdedigbaar is daarnaast dat een behoorlijke uitoefening van de wettelijk aan de curator opgedragen taak tot een zodanige vereffening van de boedel dat elke schuldeiser krijgt wat hem rechtens toekomt,5 op de curator de verplichting legt een pandhouder in staat te stellen om zijn recht uit te oefenen door hem informatie over zijn onderpand te verschaffen.