Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.5.1
11.5.1 Inleiding en afbakening
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS593843:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 oktober 2006, RvdW 2006/979.
Is de functionaris een bestuurder van de rechtspersoon, dan bestaat er geen leidinggevende die toestemming moet geven, maar zal de regeling inzake tegenstrijdig belang moeten worden gevolgd. Zie daarover voor naamloze en besloten vennootschappen: art. 2:129 lid 6 BW resp. art. 2:239 lid 6 BW; voor de vereniging: art. 2:47 BW; voor de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij: art. 2:53a lid 1 BW. Wordt het Wetsvoorstel Bestuur en toezicht rechtspersonen ingevoerd, dan wordt dit voor alle rechtspersonen art. 2:9 lid 5 BW.
527. Bijzondere problemen doen zich voor wanneer een functionaris van de rechtspersoon zelf de wederpartij is van de rechtspersoon. Indien zijn kennis in die gevallen wordt toegerekend, kan de rechtspersoon juridisch als wetend hebben te gelden, terwijl binnen de organisatie feitelijk niemand anders dan de functionaris in kwestie op de hoogte is van het relevante feit. Andere functionarissen binnen (de leiding van) de rechtspersoon kunnen dan voor onaangename verrassingen komen te staan. Soortgelijke problemen doen zich voor wanneer de functionaris in kwestie voor twee rechtspersonen werkt, en optreedt voor de ene rechtspersoon als wederpartij van de andere rechtspersoon. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is te vinden in Van Vliet Beheer/Van Galen q.q., behandeld bij randnummer 485.1
De functionaris kan wederpartij zijn van de rechtspersoon bij in beginsel toegestane transacties, dat wil zeggen: binnen een rechtsverhouding tussen de functionaris en de rechtspersoon die met impliciete of expliciete toestemming van de leidinggevende van de functionaris is ontstaan.2 De functionaris kan een ‘reguliere wederpartij’ van de rechtspersoon zijn. Met andere woorden: hij gaat een rechtsverhouding met de rechtspersoon aan die willekeurige derden eveneens geregeld met de rechtspersoon aangaan. De functionaris is bijvoorbeeld klant of leverancier van de rechtspersoon. Ook de rol van de functionaris als crediteur van de rechtspersoon op grond van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht reken ik tot deze categorie. Voor het aangaan van dergelijke rechtsverhoudingen zal de functionaris soms toestemming nodig hebben van een leidinggevende, maar veel handelingen zullen impliciet zijn toegestaan. Een administratief medewerkster van het hoofdkantoor van een meubelketen zal geen toestemming van haar leidinggevende nodig hebben om een stoel te kopen in een van de vestigingen.
528. Wederpartijen delen niet altijd alle informatie met de rechtspersoon die de rechtspersoon tot nut kan zijn en dat hoeven zij ook niet. In gevallen als deze rijzen twee vragen. De eerste is of de rechtspersoon zich er jegensde functionaris op mag beroepen dat de rechtspersoon de kennis ontbeerde die de functionaris bezat in zijn hoedanigheid van wederpartij. De tweede is of de rechtspersoon zich jegens een derde mag beroepen op het ontbreken van die kennis. Met ‘kennis die de functionaris bezat in zijn hoedanigheid van wederpartij’ doel ik op informatie die relevant is voor de verhouding tussen de rechtspersoon en de functionaris als wederpartij. Denk aan: de financiële gegoedheid van de functionaris die een hypothecaire lening afsluit bij de rechtspersoon (een bank), het medisch verleden van de functionaris die een verzekeringspolis afsluit bij de rechtspersoon (een verzekeraar) en de kwaliteit van producten die de functionaris levert aan de rechtspersoon.
Er kan ook sprake zijn van een rechtsverhouding die heimelijk is ontstaan. Indien een functionaris gelden van de rechtspersoon verduistert, verkrijgt de rechtspersoon een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling of onrechtmatige daad op de functionaris of op degene aan wie het geld ten goede is gekomen. Ook die situatie valt binnen de categorie die in deze paragraaf wordt behandeld. Bijzonder aan de heimelijke transactie is dat binnen de rechtspersoon niemand anders dan de functionaris in kwestie zich bewust zal zijn van het bestaan van de rechtsverhouding. Bij een in beginsel toegestane transactie is een ander binnen de rechtspersoon zich wel bewust van het bestaan van de rechtsverhouding. De verjaring van een rechtsvordering die voortvloeit uit een heimelijke transactie wordt niet hier behandeld, maar vormt zelfstandig het onderwerp van par. 11.6.
De regels of uitgangspunten die ik hierna formuleer, zijn wederom niet meer dan uitgangspunten. Uitzonderingen zijn altijd mogelijk, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.