Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.3.1.1:II.6.3.1.1 Geldleningen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.3.1.1
II.6.3.1.1 Geldleningen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501446:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de geldlening bepaalt artikel 7A:1793 BW: ‘De schuld, uit leening van geld voortspruitende, bestaat alleen in de geldsom die bij de overeenkomst is uitgedrukt.’ De geldlening is een bijzondere vorm van verbruiklening en als zodanig onderdeel van de veertiende titel van Boek 7A BW (artikel 7A:1791 e.v. BW). Het ter leen gegevene is op grond van artikel 7A:1796 BW eerst weer opeisbaar bij het verstrijken van de tijd die in de leningsovereenkomst is bepaald. Zonder overeengekomen tijdsduur van de lening kan de rechter op basis van artikel 7A:1797 BW ‘eenig uitstel toestaan’ bij de inlossing van een vordering tot terugbetaling van de uitlener. Kenmerkend voor verbruiklening is dat de lener in beginsel dezelfde hoeveelheid en soort zaken dan wel geld moet teruggeven als hij geleend heeft. Dit uitgangspunt is expliciet neergelegd in artikel 7A:1800 BW, maar volgt ook al met zo veel woorden uit artikel 7A:1791 BW en artikel 7A:1793 BW. Wanneer de intentie van partijen is dat de uitlener iets van andere hoeveelheid en soort terugkrijgt dan hij heeft afgegeven, dan is veeleer sprake van een ruilovereenkomst. Uitstel van betaling is daarom geen geldlening.1 De hoogte van de rente (‘interessen’) moet op schrift zijn gesteld en is anders gelijk aan de wettelijke rente van artikel 6:119 BW e.v., tenzij geen rente bedongen is.2
Een (onderhandse) geldlening geeft de kredietverschaffer verder in beginsel rechten op naam. Deze rechten kunnen op grond van artikel 3:94 BW veelal door opmaking van een daartoe bestemde akte en mededeling aan de debiteur worden overgedragen. Overdracht kan verder worden bewerkstelligd door contractsoverneming (artikel 6:159 BW). Achterstelling van uit krediet voortvloeiende vorderingen is mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:277, lid 2, BW.