Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/116:116 Art. 3:84 lid 3 BW wringt met de praktijk, met het arrest Keerweer q.q./Sogelease en met bijzondere wetgeving
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/116
116 Art. 3:84 lid 3 BW wringt met de praktijk, met het arrest Keerweer q.q./Sogelease en met bijzondere wetgeving
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19099:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor zover onder het huidige recht overdracht van vorderingen (en van andere goederen) plaatsvindt in het kader van financiële transacties kent die overdracht vaak een zekerheidskarakter. Dat aan een dergelijke overdracht in veel gevallen, ook buiten het toepassingsgebied van Titel 7.2 BW (Financiëlezekerheidsovereenkomsten), geen ongeldige titel ten grondslag ligt als gevolg van de wijze waarop de Hoge Raad het fiduciaverbod in het arrest Keereweer q.q./Sogelease heeft uitgelegd is naar mijn mening niet in overeenstemming met de wet, noch met de bedoeling van de wetgever. De wijze waarop in art. 7:55 BW het fiduciaverbod gedeeltelijk buiten toepassing is verklaard, verdient uit systematisch oogpunt geen schoonheidsprijs.
Erg fraai is het allemaal niet. De behoefte aan de mogelijkheid om (met name) vorderingsrechten tot zekerheid te kunnen overdragen is groot en er is geen goede reden om niet in die behoefte te voorzien. Het is derhalve zeer wenselijk dat de stille cessie tot zekerheid weer op ruimere schaal dan thans het geval is mogelijk wordt doordat art. 84 lid 3 BW wordt geschrapt.1 Er zijn geen goede redenen om het verbod voor andere goederen te handhaven. Door art. 3:84 lid 3 BW te schrappen, zou een eigendomsoverdracht onder de ontbindende voorwaarde van voldoening van een vordering van de verkrijger op de vervreemder weer onbeperkt mogelijk worden.2 Door het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten is een splitsing van eigendomsrechten niet mogelijk, zodat voor onduidelijke goederenrechtelijke verhoudingen niet gevreesd hoeft te worden.
De partijen bij een zekerheidsoverdracht kunnen de verdeling van bevoegdheden overeenkomen zoals zij die wensen. Die verdeling blijft in de obligatoire sfeer zodat een beschikking of een (faillissements)beslag die verdeling zou doorkruisen. Echter, partijen kunnen hun rechten met pandrechten op de betreffende goederen versterken. Ook afgezien daarvan hebben zij als voorwaardelijk rechthebbenden een sterke positie. De cessie onder ontbindende voorwaarde van voldoening van de schuld van de cedent aan de cessionaris heeft ook na het faillissement van de cessionaris tot gevolg dat de cedent door vervulling van die voorwaarde weer de volle eigendom van de vordering verkrijgt. De vervulling van de voorwaarde heeft goederenrechtelijk effect, zodat geen teruglevering hoeft plaats te vinden die door art. 20 en 23 Fw zou worden verhinderd.3