Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.1:8.5.2.3.1 De achtergrond
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.3.1
8.5.2.3.1 De achtergrond
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455292:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1217, p. 1.
Bijlage bij Kamerstukken II 2013/14, 31597, 7.
Bijlage bij Kamerstukken II 2013/14, 31597, 7, p. 28-29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meest recente versie van het informatieprotocol verwijst in de inleiding naar twee rapporten.1 Allereerst wordt het rapport ‘Aandacht voor het parlementair budgetrecht in Europees perspectief’ van een werkgroep van de commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer aangehaald, dat ook in par. 5.3.3 aan de orde kwam bij een bespreking van het onderscheid tussen een formele en een materiële invulling van het budgetrecht.2 In dit onderzoek uit september 2014 stond de vraag centraal in hoeverre de recente Europese ontwikkelingen gevolgen hebben voor de parlementaire rechten, in het bijzonder het budgetrecht. Het onderzoek stipte de afspraken tussen de minister van Financiën en de Tweede Kamer aan, en herinnerde eraan dat die nog zouden worden omgezet in een informatieprotocol.3
Ten tweede bevatte de brief over het informatieprotocol een verwijzing naar het rapport van de commissie-De Wit, dat in par. 5.3.1 ter sprake kwam.4 Deze commissie werd in november 2010 ingesteld om onderzoek te doen naar de crisismaatregelen die tussen september 2008 en januari 2009 waren genomen, waaronder de nationalisatie van Fortis en de staatssteun voor ING. Een van haar aanbevelingen was om een informatieprotocol op te stellen voor crisissituaties.5 Op die manier zou volgens de commissie worden voorkomen dat er tijdens een crisissituatie onduidelijkheid bestaat over de verhouding tussen de regering en de Staten-Generaal. Deze aanbeveling werd ten aanzien van het ESM met het tot stand brengen van dit informatie protocol verwezenlijkt. De inhoud van het informatieprotocol moet tegen de achtergrond van deze twee rapporten beschouwd worden.