Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.2.3.2.5
6.2.3.2.5 Fiscaliteit
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385554:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Treas. Reg. § 301.7701-2(a)(3).
216 F.2d 418 (9th Cir. 1954).
Feitelijk waren het er zes. De eerste twee factoren, (1) associates en (2) an objective to carry onbusinessand divide the gains, werden echter door de IRS bij elke corporation en partnership aanwezig geacht.
Zo mochten LLC’s slechts voor een gefixeerde periode (dertig jaar) worden opgericht en waren in de regelgeving situaties bepaald waarin de LLC zou worden opgeheven. Een LLC diende bovendien twee of meer deelnemers te hebben om als partnership gekwalificeerd te kunnen worden. Zie Gazur & Goff 1991, p. 396-400. Voorts konden deelnemers veelal niet hun gehele aandeel in de LLC vrij overdragen, maar slechts het recht om in de winst te delen. Management was vaak in handen van de deelnemers, en daardoor niet gecentraliseerd. Meer uitgebreid: Keatinge e.a. 1992, p. 425-430. Tegenwoordig hoeft aan deze vereisten niet meer te worden voldaan, wat de LLC tot een meer flexibele rechtsvorm maakt.
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 67.
Zoals hiervoor reeds een aantal keer genoemd, bepaalde de IRS vóór de invoering van het check-the-boxsysteem aan de hand van een aantal criteria of een organisatie als corporation of als partnership belast zou worden. Deze criteria, neergelegd in IRS-regelgeving,1 kwamen voort uit de rechtspraak (United States v. Kintner2), en werden zodoende de Kintner regulations genoemd. Er werd gebruikgemaakt van vier factoren3 te weten: (1) continuity of life, (2) free transferability of interests, (3) centralization of management en (4) limited liability, om te beoordelen hoe een organisatie belast diende te worden. Was een meerderheid van deze factoren van toepassing op een organisatie, dan werd deze voor fiscale doeleinden als een corporation aangemerkt. Een LLC diende dus, om fiscaal transparant behandeld te worden, erop toe te zien dat aan niet teveel Kintner-criteria voldaan werd. Aangezien deelnemers van een LLC altijd beperkte aansprakelijkheid genoten, kon nog maar één van de andere criteria op de LLC van toepassing zijn. Dit heeft een belangrijke rol gespeeld in de vroegere inrichting van LLC’s.4 Staten trachtten ‘waterdichte’ regelgeving te ontwerpen,5 die de verlangde zekerheid zou bieden. Enige onzekerheid bleef echter altijd bestaan.
Sinds de invoering van het check-the-boxsysteem kiest een organisatie zelf op welke manier zij belast wil worden, en zal een LLC doorgaans ervoor kiezen om fiscaal transparant te zijn.