Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.4.4:6.4.4 Conclusie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.4.4
6.4.4 Conclusie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS418163:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het toepassingsbereik van de geruisloze overgang met betrekking tot aandelentransacties is zeer beperkt, zo is af te leiden uit het arrest X bv. Een aantal elementen is hiervoor van belang, zonder dat duidelijk is welke hiervan nu het doorslaggevende argument betreft. Naar mijn idee zou als uitgangspunt moeten luiden dat een deelneming niet kan worden gelijkgesteld aan de activa en passiva van de vennootschap waarin die deelneming wordt gehouden en in zoverre niet kan worden gezien als de overdracht van een algemeenheid van goederen. Dit heldere uitgangspunt biedt (materiële) rechtszekerheid. Zoals in paragraaf 6.3 reeds aan de orde kwam, leidt het niet-toepassen van de geruisloze overgang onder omstandigheden tot een verstoring van de economische neutraliteit, die evenwel besloten ligt in de systematische keuze voor het opnemen van vrijstellingen zonder aftrek in het btw-systeem. Die intrinsieke verstoring kan in algemene zin slechts worden opgelost door vrijstellingen zonder aftrek af te schaffen. Meer specifiek voor handelingen inzake aandelen, is voor deze problematiek een oplossing naar mijn idee mogelijk. Ik verwijs naar paragraaf 6.6 voor mijn voorstel in dit verband.
Wanneer een deelneming – ongeacht de omvang – één van de onlichamelijke zaken is die onderdeel uitmaakt van een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel dat wordt verkocht, lijkt toepassing van de geruisloze overgang me vanuit het perspectief van de materiële rechtszekerheid en de wezenlijke kenmerken van de btw, geen probleem. Vastgesteld dient dan te worden dat op het niveau van de houdster wordt voldaan aan de criteria uit het arrest Zita Modes. Wanneer overdrager en deelneming in één fiscale eenheid zitten, en de verkrijger onderdeel is van een andere fiscale eenheid, waartoe de over te nemen deelneming eveneens zal behoren, dan kan ik mij ook voorstellen dat de verkoop kan worden aangemerkt als een algemeenheid van goederen, aangezien dan tenminste vanuit btw-oogpunt een overgang van activa en passiva plaatsvindt van de ene naar de andere belastingplichtige. Doordat het Hof van Justitie onduidelijkheid laat bestaan over de mate waarin de omvang van de deelneming van belang is voor de beslissing in X bv, is het naar mijn idee niet met zekerheid te zeggen dat de beslissing hetzelfde zou zijn uitgevallen wanneer X bv 100% van de aandelen in de deelneming had verkocht.
Daarbij komt nog dat het Hof van Justitie voornamelijk doende lijkt de (kennelijk) verkeerde weg die het is ingeslagen in het arrest AB SKF te corrigeren. In dat verband was het voor de rechtszekerheid beter geweest dit expliciet te doen. Op deze manier zijn slechts weer nieuwe vragen ontstaan.