Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/11:11 Geldend en wenselijk recht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/11
11 Geldend en wenselijk recht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 26-05-2025
- Datum
26-05-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12869:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 30 januari 1959, NJ 1959, 548 m.nt. DJV (Quint/Te Poel), waarin de Hoge Raad overwoog dat in gevallen die niet uitdrukkelijk in de wet zijn geregeld, de oplossing moet worden aanvaard die in het stelsel van de wet past en aansluit bij de wel in de wet geregelde gevallen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van elk van deze vragen is eerst het antwoord naar geldend recht gezocht. Voor zover de antwoorden op de vragen voor het geldende recht niet te vinden zijn in de wet, de wetsgeschiedenis, de jurisprudentie en/of de handboeken, is getracht het antwoord te vinden in het systeem van het (goederen)recht.1 Daarbij is vooral naar verwante rechtsfiguren gekeken, zoals de cessie van vorderingen en het derdenbeslag op vorderingen. Bij een aantal vragen luidt de conclusie dat er naar geldend recht geen antwoord op te geven is.
Nadat, voor zover mogelijk, een gestelde vraag naar geldend recht is beantwoord, is steeds aangegeven wat het antwoord op die vraag volgens het naar mijn opvatting wenselijke recht is. De in hoofdstuk 2 geformuleerde algemene uitgangspunten gelden daarbij als leidraad. Als een vraag naar geldend recht niet te beantwoorden is of als het antwoord op een vraag naar wenselijk recht afwijkt van het geldende recht is veelal een voorstel tot wetswijziging gedaan. Concrete tekstvoorstellen voor wetsbepalingen zijn niet geformuleerd.