Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.1:8.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS454451:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Mourik & Schols 2015, nr. 10; Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1302; Steneker 2005, p. 96 e.v. Zie de noot van Kortmann en Faber onder HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, JOR 2015/181, onder 3 en 4.
Steneker 2005, p. 98.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 623; Steneker 2005, p. 97.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
203. In paragraaf 1.1 kwam de bijzondere gemeenschap uit titel 3.7 al kort aan de orde. De bijzondere gemeenschap is te kwalificeren als een afgescheiden vermogen.1 De artikelen 3:190-193 BW leiden tot het resultaat “dat schuldeisers van de gemeenschap zich feitelijk met uitsluiting van de schuldeisers van de afzonderlijke deelgenoten kunnen verhalen op tot de gemeenschap behorende goederen.”2 Er bestaat dus een zekere samenhang tussen de goederen (en schulden) binnen een bijzondere gemeenschap. Afdeling 7.2 was aanvankelijk ook getiteld “Gemeenschap van een algemeenheid van goederen”; de bijzondere gemeenschappen zijn te kwalificeren als algemeenheden van goederen.3
Uit hoofdstuk 3 en 4 bleek dat de kwalificatie van een groep goederen als algemeenheid van goederen nog geen uitzondering op het uniciteitsbeginsel inhoudt, omdat de wet de algemeenheid niet als object van rechten erkent. Niettemin kan bij de bijzondere gemeenschap de vraag gesteld worden of niet tóch een uitzondering op het uniciteitsbeginsel wordt gemaakt, omdat de wet spreekt van het beschikken over “een aandeel in de gehele gemeenschap” (art. 3:191 BW). Dat suggereert het bestaan van een recht op (een aandeel in) meerdere goederen tezamen. In paragraaf 8.3 ga ik hier nader op in.
Ook andere gevallen van gemeenschap (die niet te karakteriseren zijn als een bijzondere gemeenschap) springen in het oog. Ten eerste kan zich bij appartementsrechten de vraag voordoen of sprake is van één recht op meer dan één object tegelijk. In paragraaf 8.2 beantwoord ik deze vraag voor het Nederlandse en Duitse recht. Ten tweede wordt de figuur van gemeenschap wel gebruikt om rechthebbenden te beschermen die – kort gezegd – goederen in bewaring geven. Voor het Nederlandse recht kan gedacht worden aan het aandeel in het verzameldepot in de Wet giraal effectenverkeer (Wge) en het aandeel van de belanghebbende in de kwaliteitsrekening. In het Duitse recht wordt de gemeenschapsconstructie gebruikt bij beleggingsinstellingen en bewaring van effecten en zaken. Op deze, wat ik voor het gemak zal noemen, ‘beschermende gemeenschapsconstructies’ ga ik in in paragraaf 8.4.