Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/383:383 Uitoefening van het executierecht door de pandhouder?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/383
383 Uitoefening van het executierecht door de pandhouder?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 11-05-2026
- Datum
11-05-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD105462:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Kortmann 1993, p. 102, Kortmann 2005, Kortmann in zijn noot onder het arrest Rabobank/Erven Hengstmengel c.s. in JOR 2005/131, Van Mierlo in zijn noot onder dit arrest in JIN 2005/162, Van Straaten 2005, Heemstra en Tjon-En-Fa 2006, p. 266-267 en Guillaume 2006, p. 724-725.
Zo ook Guillaume 2006, p. 725.
Broekveldt 2005.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de goede orde zij opgemerkt dat de Hoge Raad niet heeft geoordeeld dat een beslaglegger, als aan de beslagen vordering een recht van hypotheek verbonden is, het recht heeft dit hypotheekrecht te executeren. In het geschil dat leidde tot het arrest was die vraag niet aan de orde. De beslaglegger had het tot zekerheid van de beslagen vordering hypothecair verbonden goed niet uit hoofde van het executoriale beslag op die vordering geëxecuteerd, maar uit hoofde van een andere executoriale titel. De overwegingen van de Hoge Raad over de uitoefening van het voorrangsrecht door de beslaglegger zijn echter overwegingen die rechtvaardigen dat ook een aan de beslagen vordering verbonden recht van parate executie door de beslaglegger kan worden uitgeoefend. Bovendien zou het aan de beslaglegger toekomende voorrangsrecht hem in veel gevallen weinig baten indien hij niet tevens tot executie bevoegd zou zijn. Zowel de beslaglegger als de pandhouder zijn mijns inziens op grond hiervan bevoegd tot executie van een aan de beslagen casu quo verpande vordering verbonden pand- of hypotheekrecht.1
Op dezelfde gronden moet worden aangenomen dat een beslaglegger of pandhouder bevoegd is om een vordering die openbaar is verpand tot zekerheid van de beslagen of verpande vordering te innen, alsmede dat de beslaglegger of pandhouder bevoegd is tot het verrichten van de handelingen die hem in staat stellen om tot executie van een pand- of hypotheekrecht of inning van een verpande vordering over te gaan. Gedacht kan worden aan het verzenden van een ingebrekestelling, het omzetten van een stil pand in een vuistpand en het doen van mededeling van een stil pandrecht aan de debiteur van een verpande vordering.2
Broekveldt stelt zich in zijn bespreking van het arrest Rabobank/Erven Hengstmengel c.s. op het standpunt dat een beslaglegger niet het aan de beslagen vordering verbonden recht van parate executie kan uitoefenen omdat een uitdrukkelijke wettelijke grondslag daartoe ontbreekt.3 Naar mijn mening miskent Broekveldt dat er ook geen uitdrukkelijke wettelijke grondslag is voor het door de Hoge Raad aanvaarde recht van de beslaglegger om zich op een voorrangsrecht te beroepen en dat de overwegingen die zulks rechtvaardigen tevens rechtvaardigen dat de beslaglegger een aan de schuldeiser van de beslagen vordering toekomend recht van parate executie kan uitoefenen.