Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/162:162 Conclusie
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/162
162 Conclusie
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 29-08-2025
- Datum
29-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23475:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het geval dat zich voordeed in het arrest HR 19 december 1997, JOR 1998/40 m.nt. J.J. van Hees, NJ 1998, 690 m.nt. WMK (Zuidgeest/Furness). In dit arrest ging het overigens over de vraag of in dat geval was voldaan aan het goederenrechtelijke bepaaldheidsvereiste; zie hierna par. 7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van het obligatoire bepaalbaarheidsvereiste kan de conclusie worden getrokken dat dit geen enkele belemmering vormt voor de verpanding van die (delen van) vorderingen die pandgever en pandhouder beogen te verpanden. Voldoende is dat zij die vorderingen weten te omschrijven in de overeenkomst die de titel voor de verpanding vormt. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om ‘alle vorderingen die de pandgever heeft of zal verkrijgen’, of om ‘de vorderingen van de pandgever op X tot een bedrag van Y’.1 Verdergaande vereisten aan de obligatoire bepaalbaarheid dan het geldende recht stelt, behoeven daaraan ook niet te worden gesteld. Dergelijke vereisten zouden een beperking van de contractsvrijheid zijn waarvoor mijns inziens geen aanleiding is. Ik acht het geldende recht in dit opzicht derhalve in overeenstemming met het wenselijke recht.