Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/161
161 Uitleg
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 29-08-2025
- Datum
29-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23477:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 m.nt. CJHB (Haviltex) en HR 20 februari 2004, JOR 2004/157 m.nt. SCJJK, NJ 2005, 493 m.nt. C.E. du Perron (Pensioensfonds DSM/Fox).
Zie HR 20 september 2002, JOR 2002/210 m.nt. NEDF onder JOR 2002/211, NJ 2002, 610 m.nt. C.E. du Perron (ING/Muller q.q.). Zie voor een voorbeeld van uitleg volgens de Haviltexmaatstaf van een bepaling in een overeenkomst die een titel voor verpaninding vormde Rb. Utrecht 10 mei 2006, JOR 2006/274 m.nt. A.J. Verdaas (Van den End q.q./NHO). Voor een meer geobjectiveerde, tekstuele uitleg kan wel aanleiding zijn indien sprake is van een overeenkomst waaraan derden worden gebonden zonder dat zij zijn betrokken bij de totstandkoming ervan, zoals bij Collectieve Arbeidsovereenkomsten en ‘trustaktes’ bij obligatieleningen. Zie hierover Vriesendorp 2003a in zijn annotatie in AA van het arrest De Liser de Morsain/Rabobank. Zie hierover ook Tanja-van den Broek 2002 en Wissink 2004, alsmede de door deze auteurs genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad. Dat een overeenkomst een derdenbeding bevat is geen reden voor een tekstuele uitleg van de overeenkomst: zie HR 18 oktober 2002, JOR 2002/234 m.nt. B. Wessels, NJ 2003, 503 m.nt. C.E. du Perron (Curatoren Habo/Besix).
Een bepaling in een schriftelijke overeenkomst die de titel vormt voor de verpanding van één of meer vorderingen moet worden uitgelegd volgens de Haviltexmaatstaf. Het komt daarbij aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle bijzondere omstandigheden van het geval en kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.1 Er is geen reden om een overeenkomst die de titel voor de verpanding van een vordering bevat volgens een andere maatstaf uit te leggen, zoals een meer objectieve uitleg van de schriftelijke verklaringen van de pandgever en de pandhouder. Dat de overeenkomst mogelijk gevolgen heeft voor derden, zoals bijvoorbeeld de debiteur van een verpande vordering of andere crediteuren van de pandgever dan de pandhouder, is daarvoor onvoldoende reden.2 Of in een concreet geval voldaan is aan het vereiste van bepaalbaarheid dient aan de hand van de op voornoemde wijze uitgelegde titel te worden vastgesteld.