Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/1.2
1.2 De geruisloze overgang als juridische constructie in de btw
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS414503:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Onder meer HvJ EG 25 februari 1999, nr. C-349/96, BNB 1999/224 (Card Protection Plan), HvJ EG 27 oktober 2005, nr. C-41/04, BNB 2006/115 (Levob), HvJ EG 29 maart 2007, nr. C-111/05, V-N 2007/18.22 (Aktiebolaget NN), HvJ EG 21 februari 2008, nr. C-425/06, BNB 2009/1 (Part Service), HvJ EG van 11 juni 2009, nr. C-572/07, V-N 2009/29.17 (Tellmer Property), HvJ EU 2 december 2010, nr. C-276/09, V-N 2010/64.23 (Everything Everywhere).
Zie onder meer M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2014, blz. 54 e.v.
Getuige artikel 1 Btw-richtlijn is het Unierechtelijke btw-stelsel gebaseerd op het beginsel dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, zulks ongeacht het aantal handelingen dat tijdens het productie- en distributieproces vóór de fase van heffing plaatsvond. Bij elke handeling is de btw, berekend over de prijs van het goed of van de dienst volgens het tarief dat voor het goed of voor die dienst geldt, verschuldigd onder aftrek van het bedrag van de btw waarmede de onderscheiden elementen van de prijs rechtstreeks zijn belast.
Dit is het heffingssysteem van de btw in een notendop. Door het Hof van Justitie is in dit verband meermaals bevestigd dat het uitgangspunt is dat iedere afzonderlijke levering van een goed of de verrichting van een dienst, voor de btw zelfstandig in aanmerking dient te worden genomen.1 Deze beoordeling behelst steeds de vraag naar de plaats van de prestatie, de maatstaf van heffing, het van toepassing zijnde tarief, het eventueel van toepassing zijn van een vrijstelling, enzovoorts. Binnen dit heffingssysteem is de regeling van artikel 19 Btw-richtlijn een opvallende verschijning. Wanneer de regeling van toepassing is, blijven immers de normale btw-gevolgen achterwege voor een bundeling van zaken waarvoor normaliter de btw-gevolgen per zaak zouden moeten worden bepaald. Daarenboven geldt in het licht van het systeem van aftrek van voorbelasting, dat het achterwege blijven van heffing noodzakelijkerwijs tot vragen leidt over de fiscale neutraliteit.2 De regeling brengt de overgang van de onderneming in het grensgebied van de btw.
Het onbepaalde karakter van de ‘algemeenheid van goederen’ betekent dat invulling van deze rechtsnorm in belangrijke mate is overgelaten aan de rechter. Dit is op zichzelf niet uniek in de btw. Doordat de btw geharmoniseerd is, dient met wijzigingen in de Unierechtelijke btw te worden ingestemd door 28 lidstaten. Dit maakt dat aanpassing en modernisering traag verloopt en legt een grote verantwoordelijkheid bij het Hof van Justitie om de bepalingen uit de Btw-richtlijn uit te leggen. Met name het grensgebied van de btw, waar vragen spelen rond de reikwijdte van de belastingplicht en het bereik van de btw, wordt door de Btw-richtlijn slechts beperkt gemarkeerd. Dit maakt dat de ‘overgang van een algemeenheid van goederen’ ook als juridische constructie binnen het Unierecht aanleiding geeft voor onderzoek. In dat verband dient de regeling in mijn onderzoek als poster child voor de werking en de ontwikkeling van rechtsnormen in de Unierechtelijke btw.