Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/430:430 Oproeping van de pandgever door de schuldenaar
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/430
430 Oproeping van de pandgever door de schuldenaar
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 23-02-2026
- Datum
23-02-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46782:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een procedure tussen de schuldenaar en de pandhouder kunnen geen de pandgever bindende oordelen worden geveld over geschillen die niet uitsluitend de verpande vordering betreffen. De schuldenaar kan er belang bij hebben dat in een procedure die de pandhouder jegens hem is gestart kan worden beslist over kwesties die zijn rechtsverhouding met de pandgever betreffen.
Om redenen van proceseconomie is het onwenselijk dat hij daartoe een aparte procedure tegen de pandgever moet voeren. Het is wenselijk dat de schuldenaar de pandgever kan oproepen in een procedure tussen hem en de pandhouder volgens de in art. 118 Rv opgenomen regeling. Door oproeping wordt de pandgever partij in het geding, zodat hij gebonden wordt aan hetgeen de rechter beslist, ook indien hij niet verschijnt.1Art. 118 Rv2 wordt ook wel toegepast in gevallen waarin, anders dan in bijvoorbeeld art. 3:245 BW het geval is, een specifieke bevoegdheid tot oproeping ontbreekt. Het artikel leent zich voor overeenkomstige toepassing in een procedure tussen de schuldenaar en de pandhouder, zodat oproeping van de pandgever door de schuldenaar op grond hiervan mogelijk is.