Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.5.1
3.5.1 Aanbod en aanvaarding
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381624:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Dit is niet expliciet in de wet geregeld, maar het spreekt volgens Löwisch vanzelf, Löwisch en Neumann 2004, nr. 97. Zie ook Kötz 2012, nr. 80; Münchener Kommentar zum BGB, §145, nr. 4 (Busche).
Larenz/Wolf/Neuner 2012, §37, nr. 1; Münchener Kommentar zum BGB, §145, nr. 5 (Busche). Zie ook Münchener Kommentar zum BGB, §174, nr. 2 (Schramm).
Von Tuhr 1914, p. 224.
J. Benedict, ‘Das Versprechen als Verpflichtungsgrund, oder: gibt es einen einseitigen Verzicht im Schuldrecht’, RabelsZ 2008, p. 314.
Savigny, System III, p. 309; Lokin 2000, p. 23.
167. Net als in het Nederlandse recht komt naar Duits recht een contract tot stand door aanbod en een met het aanbod corresponderende aanvaarding.1 Aanbod (Antrag of Angebot) en aanvaarding (Annahme of Akzept) worden gezien als uitingen van deelnemers aan het rechtsverkeer, waarmee zij hun bedoeling kenbaar maken een bepaald rechtsgevolg te doen ontstaan, namelijk een overeenkomst tot stand te brengen. De verklaringen krijgen werking als zij de geadresseerde bereikt hebben. Aanbod en aanvaarding worden gezien als op elkaar betrekking hebbende ‘verplichtingsverklaringen’ (Verpflichtungserklärungen). Ze worden echter niet gezien als zelfstandige eenzijdige rechtshandelingen.2 De redenering is dat beide contractpartijen de rechtsgevolgen van zijn handeling niet autonoom, niet door alleen zijn eigen wil in het leven roepen, maar alleen in verbinding met een overeenstemmende verklaring van zijn wederpartij.3 Het aanbod is dus verbindend (namelijk: in beginsel onherroepelijk), maar niet verplichtend.4
Deze visie op aanbod en aanvaarding kan worden herleid tot Von Savigny, die de overeenkomst niet zag als de overeenstemming van twee wilsverklaringen, maar als één, ongedeelde rechtshandeling die onmiddellijk op het ontstaan of tenietgaan van de rechtsverhouding was gericht. Aanbod en aanvaarding waren geen afzonderlijke rechtshandelingen, brachten op zichzelf geen verandering in rechtsverhoudingen teweeg, maar waren preludes op het ontstaan van de overeenkomst.5