Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/12.5.2
12.5.2 Wanneer kan grensoverschrijdend worden gefuseerd?
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS391794:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 13 december 2005, C-411/03, Jur. 2005, p. I-10805, NJ 2009/201, r.o. 18 en 31 (SEVIC Systems AG).
Zie Van Solinge 1994, p. 163-165 en 203 en de daar vermelde literatuur; Rovers 2006, p. 133-134; De Wulf 2006; Zilinsky 2007; Kallmeyer & Kappes 2006; Vlas 2009, p. 214; Roelofs 2012.
B.J. Drijber in punt 3 van zijn noot bij het Sevic-arrest in SEW 2006/66.
Schutte-Veenstra 2009, p. 304 en 308, met een beroep op r.o. 122 van het arrest Sevic: ‘De zaak waarin het arrest SEVIC Systems is gewezen betrof immers de erkenning, in de lidstaat van oprichting van een vennootschap, van een vestigingshandeling middels een grensoverschrijdende fusie door deze vennootschap in een andere lidstaat’. Door de grensoverschrijdende juridische fusie krijgt namelijk de Duitse verkrijgende vennootschap er een vestiging bij in de lidstaat van de verdwijnende vennootschap (Luxemburg).
Portengen & Steffens 2004.
Portengen & Steffens 2004.
Van der Sangen 2006, p. 183.
Zie Van Solinge 1994, p. 163-165 en 203 en de daar vermelde literatuur.
Zaman, Van Eck & Roelofs 2009, p. 237; De Wulf 2006; Kallmeyer & Kappes 2006; Zilinsky 2007; Leible & Hoffmann 2006; Eberhard 2009-2, p. 1609; OLG München 2 mei 2006, 31 Wx 9/06, NZG 2006/513; Wöhlert 2009.
Zie bijv. Dorresteijn & Verkerk 2009, p. 65; De Wulf 2006.
In het Sevic-arrest bepaalde het HvJ EG dat een lidstaat niet in het algemeen de inschrijving in het nationaal handelsregister van een grensoverschrijdende juridische fusie mag weigeren als inschrijving wel mogelijk was geweest in geval van een binnenlandse juridische fusie. Marktdeelnemers moeten namelijk in staat worden gesteld daadwerkelijk deel te nemen aan het economische leven in een andere lidstaat onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de nationale marktdeelnemers van die lidstaat gelden.1
Er lijkt overeenstemming te bestaan over het antwoord op de vraag welke regels de grensoverschrijdende juridische fusie beheersen:2
Het nationale recht van iedere afzonderlijke fusiepartner beheerst de fusieprocedure voor zover deze zich los van de buitenlandse fusiepartner afspeelt (onder andere besluitvorming en inhoud van het fusievoorstel), omdat de vennootschappen tot aan de voltooiing van de fusie vennootschappen naar het recht van hun eigen lidstaat zijn.
De betrokken rechtsstelsels zijn cumulatief van toepassing voor zover de stap in de fusieprocedure mede de fusiepartner betreft. Hieronder valt onder andere de overgang van vermogen.
De lidstaat van immigratie moet het in een andere lidstaat rechtsgeldig doorlopen traject voorafgaand aan de fusie erkennen.3
Schutte-Veenstra meent, naar aanleiding van het hierna te bespreken Cartesio-arrest, dat een lidstaat (de gevolgen van) een inbound-fusie moet erkennen als de outbound-lidstaat de fusie toestaat; in de lidstaat van emigratie vindt volgens haar namelijk de vestigingshandeling plaats.4 Voordat het Sevic-arrest was gewezen, stelden ook Portengen en Steffens dat de mogelijkheid en de voorwaarden van grensoverschrijdende juridische fusie afhangen van het nationale recht van de verdwijnende vennootschap, omdat volgens het Nederlandse IPR het einde van een vennootschap beheerst wordt door haar eigen incorporatierecht.5 De eventuele oprichting van de verkrijgende vennootschap wordt door het oprichtingsrecht van die verkrijgende vennootschap beheerst.6 Van der Sangen meent daarentegen dat het recht van de verkrijgende vennootschap doorslaggevend is; een Nederlandse VOF zou daarom juridisch kunnen fuseren met een GmbH als verkrijgende vennootschap, omdat het recht van de verkrijgende GmbH een dergelijke fusie toestaat.7 Ook enkele andere auteurs stellen dat in elk geval de overnemende vennootschap aan een juridische fusie moet kunnen deelnemen, wil een grensoverschrijdende juridische fusie doorgang kunnen vinden.8
De meeste auteurs echter, met Günther Beitzke als pionier in 1966,9 menen dat het nationale recht van iedere bij de fusie betrokken vennootschap een (binnenlandse) fusie moet toestaan, wil de vennootschap recht hebben op deelname aan een grensoverschrijdende fusie.10 De fundamentele vrijheden creëren immers geen nieuwe rechtsfiguren, maar áls een bepaalde rechtsfiguur zoals de juridische fusie binnenlands mogelijk is, dan moet deze in beginsel ook grensoverschrijdend worden toegestaan.11 Ook ik meen dat een grensoverschrijdende juridische fusie van twee vennootschappen alleen dan mogelijk is als zowel de inbound- als de outbound-lidstaat (binnenlandse) juridische fusie toestaan. Daarom kan een Nederlandse VOF niet als verkrijgende of verdwijnende vennootschap grensoverschrijdend juridisch fuseren.