Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/144:144 Enkele nuanceringen
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/144
144 Enkele nuanceringen
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 28-07-2025
- Datum
28-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19140:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot vorderingen waarbij de persoon van de schuldeiser een wezenskenmerk van de vordering is, zij nog opgemerkt dat denkbaar is dat de aard van de vordering zich niet verzet tegen overdracht of verpanding aan een persoon die een bepaalde kwaliteit bezit of juist mist. Zo is denkbaar dat de aard van de vordering in een geval als in het arrest Staat/Appels zich niet verzet tegen de overdracht of verpanding ervan aan een andere overheidsrechtspersoon die dezelfde belangen nastreeft als de Staat, bijvoorbeeld een provincie.
De bedoeling van de partijen bij de overeenkomst waaruit de vordering ontstaat zal de aard van de vordering mede bepalen. De grens tussen vorderingen die naar hun aard onoverdraagbaar zijn en vorderingen die onoverdraagbaar zijn doordat de onoverdraagbaarheid ervan (impliciet) is overeengekomen, is dan ook vloeiend.1 Een algemene regel die in abstracto aangeeft in welke gevallen de aard van een vordering zich tegen overdracht of verpanding verzet, lijkt mede om deze reden niet te geven.
Vorderingen die naar hun aard niet overdraagbaar zijn, zullen vrijwel steeds ook niet verpandbaar zijn,2 ook als art. 3:81 lid 1 BW en 3:228 BW niet zouden bepalen dat onoverdraagbare vorderingen niet voor verpanding vatbaar zijn. Dat is echter geen reden om onoverdraagbaarheid als gevolg van de aard van een vordering niet te onderscheiden van onverpandbaarheid als gevolg van de aard van een vordering.