De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.1:7.1 Inleiding
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382897:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie alleen al de dissertatie van Koelemeijer (Koelemeijer 1999). Zie voor een overzicht ten aanzien van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid: Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 46.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 stonden de interne verhoudingen in de BV en het spanningsveld, waarin de kapitaalverschaffer zonder stemrecht zich bevindt, centraal. In hoofdstuk 6 stelde ik de rechten van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht aan de orde. In dat hoofdstuk stond, feitelijk, hard law centraal. Dit hoofdstuk stelt soft law centraal, namelijk de open norm van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid ex art. 2:8 BW.
Over de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid is in de juridische literatuur veel geschreven.1 Ook in de rechtspraak heeft art. 2:8 BW vele malen centraal gestaan en dat staat het nog steeds. Het doel van dit hoofdstuk is niet een uitputtende beschrijving daarvan te geven. Het doel van dit hoofdstuk is de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid te bezien vanuit de positie van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht. Deze kapitaalverschaffer verschaft kapitaal aan de vennootschap, waartegenover hij stemrechtloze aandelen (of een vergelijkbare rechtsfiguur) verkrijgt. Aangezien hij geen stemrecht heeft is zijn formele invloed op de besluitvorming afwezig of beperkt. Hij is afhankelijk van het stemgedrag van en de besluitvorming door anderen, bijvoorbeeld het stemgedrag van de aandeelhouder in de algemene vergadering, de besluitvorming van die vergadering en de besluitvorming van het bestuur van de vennootschap. Dat stemgedrag en die besluitvorming kunnen gevolgen hebben voor de waarde van de onderneming en de waarde van – bijvoorbeeld – het stemrechtloze aandeel of andere rechtsfiguren zonder stemrecht. Daarnaast is het de vraag of het stemgedrag van en de besluitvorming door anderen gunstig is voor de kapitaalverschaffers zonder stemrecht, in die zin dat met de gerechtvaardigde belangen van die kapitaalverschaffers rekening wordt gehouden. In het verlengde daarvan ligt de vraag of aandeelhouders met stemrecht in de algemene vergadering rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht. In zekere zin komt de vergelijking met de positie van minderheidsaandeelhouders naar voren, bijvoorbeeld in het kader van winstreservering of -uitkering.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 7.2 ga ik in op de principal-agent theory in het kader van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid. Vervolgens geef ik in paragraaf 7.3 een inleiding tot de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid. In paragraaf 7.4 bespreek ik welke kapitaalverschaffers zonder stemrecht tot de kring van betrokkenen in de zin van art. 2:8 BW behoren. Daarna onderzoek ik in paragraaf 7.5 de voor de kapitaalverschaffers zonder stemrecht relevante thema’s in de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid. Paragraaf 7.6 vormt de samenvatting en conclusie van dit hoofdstuk.