Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.1.5:II.6.5.1.5 Salderen van ontvangen rente met betaalde rente
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.1.5
II.6.5.1.5 Salderen van ontvangen rente met betaalde rente
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495363:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C. Amand & V. Lenoir, ‘Pro Rata Deduction by Financial Institutions. Gross Margin or Interest?’, International VAT Monitor 2006, p. 17-22.
HvJ 14 juli 1998, zaak C-172/96, V-N 1998/57.18 (First National Bank of Chicago).
HvJ 11 juli 1996, zaak C-306/94, BNB 1997/38 (concl. A-G Lenz; Régie Dauphinoise; m.nt. M.E. van Hilten).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur hebben Amand en Lenoir verdedigd dat kredietverschaffers ontvangen vergoedingen voor kredietverlening mogen salderen met de door hen betaalde rente.1 Dit is van belang voor de bepaling van het pro rata voor de aftrek van voorbelasting. Amand en Lenoir zien steun voor hun visie in het arrest van het Hof van Justitie in de zaak First National Bank of Chicago.2 Hierin is beslist dat de vergoeding die een bank ontvangt voor deviezentransacties waarbij geen commissie wordt berekend, gelijk is aan het met dergelijke transacties behaalde brutoresultaat in een bepaalde periode. Volgens Amand en Lenoir is het redelijk deze benadering door te trekken naar krediettransacties.
Het doortrekken van de lijn uit het arrest in de zaak First National Bank of Chicago naar krediettransacties lijkt inderdaad niet onredelijk, maar er zijn mijns inziens sterke indicaties in de jurisprudentie dat dit niet mogelijk is. Onder meer in het arrest in de zaak Régie Dauphinoise is ondubbelzinnig vermeld dat de (bruto) ontvangen rente de vergoeding voor kredietverlening is (cursivering WJB):3
‘16. (…) De beleggingen (…) bij financiële instellingen kunnen derhalve worden beschouwd als dienstverrichtingen aan financiële instellingen, bestaande in een geldlening voor bepaalde duur, welke wordt vergoed door de betaling van rente.’
Verder zie ik in de Btw-richtlijn geen basis om van deze vergoeding betaalde rente voor het inlenen van geld af te trekken. De huidige stand van het recht is in mijn visie daarom dat de bruto ontvangen rente de vergoeding voor kredietverlening vormt. Salderen van ontvangen rente met betaalde rente kan desondanks wel een rol spelen bij het bepalen van de mate van aftrekrecht volgens de werkelijkgebruikmethode (zie nader par. 6.5.4).