Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/4.2.3:4.2.3 Het voorkomen van misbruik
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/4.2.3
4.2.3 Het voorkomen van misbruik
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594986:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
96. Voorkomen moet worden dat een volmachtgever of debiteur de rechtsgevolgen van het hebben van bepaalde wetenschap kan ontwijken door een argeloze gevolmachtigde of hulppersoon naar voren te schuiven. De kennis van de wetende volmachtgever, opdrachtgever of functionaris van de rechtspersoon moet om die reden kunnen worden toegerekend, ook al wist de handelende functionaris van niets. In de Duitse literatuur is het voorkomen van dergelijk misbruik een veel aangehaalde ratio voor § 166 lid 2 BGB, het equivalent van het Nederlandse art. 3:66 lid 2 BW.1 Mijnssen wijst eveneens op dit belang2 en ook in de parlementaire geschiedenis van art. 6:76 BW wordt dit argument aangehaald.3 Het voorkomen van misbruik is zeker een goede ratio voor de toerekening van kennis, maar volstaat niet, nu in het gros van de gevallen waarin het wenselijk is dat kennis wordt toegerekend, geen sprake zal zijn van misbruik.