Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.4.7.2
I.2.4.7.2 Interpretatie belastingplicht
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497725:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Verbruik kan dus alleen optreden ter zake van goederen en diensten die van bedrijfshuishoudingen afkomstig zijn.
Zie ook Algemeen rapport van de subgroepen A, B en C ingesteld ter bestudering van deverschillende mogelijkheden tot harmonisatie van de omzetbelastingen (rapport van januari 1962), p. 139. Hierin wordt de algemeenheid enkel gekoppeld naar het niet maken van onderscheid naar soorten producten.
Ik acht het in dit kader juist dat het Hof van Justitie in de hiervoor geciteerde passage uit de zaak Wellcome Trust heeft geoordeeld dat de mededingingsneutraliteit zich niet uitstrekt tot de verhouding tussen belastingplichtigen en anderen.
In artikel 7 Wet OB 1968 (artikel 9 Btw-richtlijn) is uitgewerkt wie belastingplichtig zijn voor de omzetbelasting. De tekst van deze bepaling laat ruimte open voor interpretatie. Onder meer moet komen vast te staan dat een persoon of entiteit een bedrijf althans economische activiteit uitoefent (zie nader par. 3.2). Een relatief vaag begrip als bedrijf of economische activiteit laat zich in potentie zowel ruim als beperkt uitleggen.
Voor een ruime uitleg van het begrip bedrijf (of economische activiteit) pleit op het eerste gezicht de beoogde algemeenheid van de belasting. De gedachte is dan dat met meer belastingplichtigen verbruik adequater wordt belast en de belasting daardoor algemener is. Het Hof van Justitie lijkt hiervan uit te gaan (zie nader par. 3.2.3). Dat ware een zuiver argument als de (Unie)wetgever idealiter ook verbruik had willen belasten dat buiten ondernemingen mogelijk is gemaakt. Echter, naar mijn mening is dat niet het geval. Een kenmerk van verbruik in de zin van de omzetbelasting is in mijn visie immers dat het een uitvloeisel is van toevoegingen van waarde, althans productie, in ondernemingen.1 Die toevoegingen van waarde leiden tot goederen en diensten die vanwege de algemeenheid van de belasting zonder uitzondering behoren te worden belast.2 Bezien we vervolgens de functie van de belastingplicht in het systeem van de omzetbelasting, dan is dat bovenal het afbakenen van de groep van ondernemers. Dat wil zeggen, degenen van wie verbruik afkomstig kan zijn. Door de algemeenheid mede te betrekken op de reikwijdte van de belastingplicht, wordt in feite het begrip verbruik in de zin van de omzetbelasting verruimd.3