Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/276:276 Het vervolg van dit hoofdstuk
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/276
276 Het vervolg van dit hoofdstuk
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 07-01-2026
- Datum
07-01-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD40693:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De constatering dat er geen reden is om voor de verrekeningsbevoegdheid van een debiteur van een vordering jegens de cedent na cessie van die vordering andere vereisten te laten gelden dan jegens de pandgever na openbare verpanding daarvan, zegt op zichzelf nog niets over de wenselijkheid van die vereisten. De wenselijkheid van de beide in art. 6:130 BW opgenomen vereisten wordt onderzocht in paragraaf 10.5.4. Daaraan voorafgaand wordt in paragraaf 10.5.2 onderzocht wat de betekenis van deze vereisten is en wordt in paragraaf 10.5.3 de vraag behandeld of tussen een schuldenaar en een pandgever overeengekomen uitbreidingen respectievelijk beperkingen van hun verrekeningsmogelijkheden kunnen worden tegengeworpen aan de pandhouder.